Chassékazerne, Keizerstraat, Breda


Huidige toestand

Het monumentale hoofdgebouw van de kazerne met zijn vier achtergelegen dwarsvleugels is bewaard gebleven en in gebruik bij het Breda's Museum en het Stadsarchief. Om alles te huisvesten zijn de gebouwen aan de moderne tijd aangepast. Het oorspronkelijke interieur was in de loop der tijden grotendeels gesneuveld, alleen de zolder van het hoofdgebouw is nog onaangetast. Toen de Landmacht de kazerne in 1993 verliet heeft men het interieur van de bibliotheek en het verenigingslokaal voor officieren meegenomen naar de nieuwe lokatie in 't Harde. Tegen de kopgevels van de dwarsvleugels is een modern kantoorgebouw verrezen.
Tegen de voormalige officiersmess is Poppodium Mezz in de vorm van een schelp aangebouwd. Het voormalig gebouw F (oorspronkelijk manége en paardenstal) huisvest nu de Stadsgalerij Breda. Alle overige bebouwing van de Chassékazerne is gesloopt.
De naastgelegen voormalige Kloosterkazerne vormt tegenwoordig het onderkomen van het Holland Casino. Direct hiertegen aan is het Chassétheater met zijn golvende dak gebouwd.

Het kazerneterrein heeft een spectaculaire transformatie ondergaan. Onder leiding van het Office for Metropolitan Architecture van Rem Koolhaas is het Chassé Park verrezen, dat vorm gegeven is als een multifuctionele campus. Hierin staan gebouwen als losse elementen, parkeren gebeurt ondergronds en in het aldus ontstane parkachtige landschap is doorgaand gemotoriseerd verkeer niet mogelijk. De bouwwerken zijn zo gericht dat er zichtlijnen naar de Grote Kerk, de watertoren en de rest van de binnenstad lopen.
Een veelheid van architectenbureaus heeft gewerkt aan deelprojecten voor het Chassé Park. Zo verrezen er ondermeer het Chassétheater ontworpen door Herman Hertzberger en het Poppodium Mezz naar ontwerp van Erick van Egeraat.

Geschiedenis

Toen Breda zijn vestingstatus kwijtraakte sloopte het zijn vestingwerken, waarna er in 1875 ruimte vrij kwam voor stadsuitbreiding. Ook kwam er ruimte voor een 20 hectare groot militair oefenterrein naast de reeds bestaande Kloosterkazerne. Hier zou in 1898 begonnen worden met de bouw van de Chassékazerne, die in het volgende jaar in gebruik genomen werd.
De kazerne met zijn hoofdgebouw met zijn uitbundig vormgegeven entree met torentjes met kantelen en vier achtergelegen dwarsgebouwen, was bedoeld om plaats te bieden aan twee bataljons infanterie met ongeveer 2000 militairen. Het al sinds 1868 in Breda verblijvende 6e Regiment Infanterie betrok de kazerne en bleef hier tot de meidagen van 1940.
Net zoals alle kazernes uit die tijd kwamen er stallen en magazijnen. Aan de kazerne werden voor 1940 een aantal gebouwen toegevoegd, zoals een kapel die later tot eetzaal verbouwd werd.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kazerne gebruikt door opleidingseenheden van de Kriegsmarine. Na de bevrijding in september 1944, door luchtvaarttroepen die later grotendeels werden uitgezonden naar Nederlands-Indië.

Vanaf 1948 tot de afstoting in 1993 was het Artillerie Opleidingscentum (AOC), van 1952 tot 1967 Artillerieschool geheten, de hoofdbewoner. Het AOC overkoepelde de Kaderschool, de School Reserve Officieren Artillerie en de op de Kloosterkazerne ondergebrachte Schietschool.
In 1952 moest er iets recht gezet worden, de kazerne met oefenterrein van 20 hectare lag oorspronkelijk aan de stadsrand. De stad groeide echter sterk en die 20 hectare begonnen een hindernis te vormen. Met de aanleg van de Claudius Prinsenlaan werd deze situatie opgelost. Wel was een deel van het terrein nu afgesneden van de kazerne, dit zou verder bekend staan als het Chasséveld.
In de loop der jaren na de 2e Wereldoorlog zou Defensie zijn contacten met de burgerij van Breda verder aantrekken. Veel van de daartoe georganiseerde evenementen, zoals sportevenementen, carnavalsfeesten voor gehandicapten en 5 jaar lang het muziekfestijn de Taptoe Breda, vonden plaats op de Chassékazerne.

Begin jaren ’90 na het einde van de Koude Oorlog, werd de artillerie zwaar ingekrompen en men besloot alle opleidingen te concentreren in `t Harde, waar ook het Artillerie Schiet Kamp is. De Kloosterkazerne werd in 1992 afgestoten en de Chassékazerne in 1993. Deze laatste werd in 1994 en 1995 nog gebruikt om zo’n 1000 asielzoekers uit het voormalige Joegoslavië te huisvesten. Hierna volgde de ontwikkeling in wat nu bekend staat als het Chassé Park.

De naamgever

 

David Hendricus Chassé werd in 1765 in Tiel geboren en diende als jong militair in zijn vaders regiment. Hij sloot zich aan bij de Patriotten maar moest uitwijken, zoals vele landgenoten, toen de Pruisen stadhouder Willem V te hulp schoten.
Na de Franse inval in Nederland kwam hij weer in Nederlandse dienst en werd enige tijd later door koning Lodewijk Napoleon verheven tot baron. Vanaf 1811 was hij in dienst bij het Franse keizerrijk, maar vanaf 1814 weer in Nederlandse dienst en hij nam aan die kant deel aan de Slag bij Waterloo.
In 1830 diende hij tijdens de Belgische opstand als commandant van de citadel van Antwerpen. Twee jaar later toen Antwerpen viel, geraakte hij in Franse krijgs-gevangenschap (de Fransen schoten de Belgen te hulp).
Na terugkeer in Nederland voerde hij van 1834 tot 1839 het bevel over de vesting Breda en was tevens lid van de Eerste Kamer. Chassé overleed in 1849 in Breda.

Overig

De Chassékazerne is een ontwerp van W. Cool. Het hoofdgebouw is van het lineaire type met vier achtervleugels voor de legering van manschappen. De bouwstijl is een mengeling van neo-renaissance en neo-gothische stijl. Deze laatste stijl is vrij ongebruikelijk bij Nederlandse kazernes.