Site 't Harde


Huidige toestand

Bij een bezoek in 2011 bleek de voormalige opslagplaats voor kernwapens grotendeels in tact. Wel zijn er enige veranderingen doorgevoerd sinds de site begin 1992 haar functie als magazijn voor nucleaire artilleriegranaten verloor. Om een argument voor behoud te hebben wordt de site gebruikt bij diverse oefeningen zoals insluipingsoperaties, en dient de site als aanschouwelijk voorbeeld hoe een compound bij buitenlandse missies zoals Irak en Afghanistan op te zetten.
Uit de binnenring zijn de betonnen gevechtsposten verwijderd, twee ervan werden buiten de site opgesteld. De raketcontainers die de routes naar deze bunkertjes afdekten zijn ook verwijderd, een deel ervan vormt nu een roadblock voor de site. Aan de binnenkant van het hek van de binnenring zijn als dekking aarden wallen aangelegd. Hoewel het terrein nog steeds verboden gebied is, heeft dit niet verhinderd dat er vernielingen zijn aangericht. Vanwege geldgebrek wordt de site minimaal onderhouden. Vlak erbuiten wordt het gebied kaal gehouden, maar tussen de hekken, de controlled area, schieten flinke dennebomen op.

Geschiedenis

In 1957 besloot Nederland evenals een zestal andere NAVO-landen om tactische kernwapens in haar arsenalen op te nemen. Nederland zou geen eigenaar worden van deze wapens, deze bleven eigendom van de Amerikanen en onder hun verantwoordelijkheid. Wel kreeg men de operationele taak voor het afvuren/afwerpen van kernwapens en voor de opslag en beveiliging hiervan.
In 1959 werd op het terrein van het Artillerie Schietkamp bij 't Harde begonnen met de bouw van de site die zes maanden duurde, evenals de bouw van het bureel-legeringsgebouw voor 23 US Army Field Artillery Detachement, het kleine Amerikaanse legeronderdeel dat de kernwapens zou beheren. Halverwege 1960 werden in het diepste geheim de eerste kernwapens aangeleverd. Deze bestonden uit kernkoppen voor de Honest John raket, later werden nucleaire 203 mm granaten aan het arsenaal toegevoegd.

De beveiliging werd van 1960 tot 1972 verzorgd door 425 Compagnie Van Heutsz, die gelegerd was op de Legerplaats 't Harde, de latere luitenant-kolonel Tonnetkazerne. Van Heutsz was naast de beveiliging van de site ook verantwoordelijk voor de bescherming van nucleaire artillerie-eenheden en munitiecolonnes in het veld en op transport. De beveiliging van de site bleek voor velen psychisch te zwaar. Eentonig, afstompend maar ook stressvol. Bij de zustereenheid 434 CVH die een andere site, die van Darp bewaakte, barstte eind 1969 de bom na een rapport over excessen die al jarenlang voorkwamen. Vanaf 1972 werden de Compagnieën Van Heutsz van hun bewakingstaak voor de sites ontheven en namen parate eenheden van de landmacht per toerbeurt van een week de beveiliging op zich.

In de dertig jaar dat de site gefunctioneerd heeft, zijn er diverse aanpassingen op het gebied van de beveiliging geweest, zowel organisatorisch als bouwkundig. De omvang van het wachtdetachement groeide en het wat simpele verblijfsgebouw dat voor de site stond werd vervangen door een met de Amerikaanse beheerders gecombineerd wachtgebouw tussen de hekken van binnen- en buitenring. De beveiliging richtte zich meer naar binnen, daartoe kon men vanuit het nieuwe wachtgebouw rechtstreeks de binnenring (limited area) betreden. Er kwam een hoge betonnen wachttoren en de vorm van de site, die een rechthoek was, wijzigde zich in een vijfhoek. Tal van andere maatregelen, waaronder electronische detectiesystemen werden ingevoerd.

Toen de Koude Oorlog voorbij was besloot de NAVO om de nucleaire taken voor de artillerie te beëindigen en dit betekende de terugtrekking van de nucleaire granaten, raketkoppen lagen er in 't Harde met een zeer grote mate van waarschijnlijkheid sinds lang niet meer. Begin 1992 werd de inhoud van de opslagbunkers met helicopters opgehaald. Kort daarna werden de electronische veiligheidssystemen van de site ontmanteld.

Naamgeving

Opslagplaatsen voor niet-conventionele munitie, in de praktijk nucleair, staan bij het Amerikaanse leger bekend als special ammunition storage(-s), afgekort SAS. In de begintijd stond de site daarom als SAS Doornspijk bekend vanwege haar ligging in het gebied van de toenmalige gemeente Doornspijk. De Koninklijke Landmacht maakte in naamgeving geen onderscheid tussen nucleaire en conventionele munitiemagazijnen en de site stond daar op papier als munitie magazijn complex, MMC. In het dagelijks leven werd van site gesproken.

Overig

De geschiedenis van de sites Darp en 't Harde valt te lezen in het boek Kernwapenopslag in Darp en
't Harde, het geheim in de achtertuin
dat in 2015 uitkwam bij Uitgeverij Aspekt.
Hierin wordt ondermeer aandacht besteed aan de militair-politieke achtergronden, bouw en beveiliging, de periode dat de sites door de Compagnieën Van Heutsz werden beveiligd, sitewacht, protesten tegen de sites en hun inhoud, sitewachtweigering door soldaten en de Amerikaanse detachementen. Het boek heeft een bijlage over de Duitse site Büren-Stöckerbusch.

Voor meer informatie: klik hier