Kolonel Palmkazerne, Amersfoortsestraatweg, Bussum


Huidige toestand

De Kolonel Palmkazerne is over gegaan in de handen van de provincie Noord-Holland en tot op heden, mei 2011, nog intact in de toestand waarin hij afgestoten is. Voor het gebied Crailo, waartoe de kazerne behoort evenals het rampenoefenterrein en een asielzoekerscentrum, zijn verregaande plannen gemaakt. Onder leiding van de provincie Noord-Holland gaan de gemeentes Bussum, Hilversum, Laren en Blaricum dit gebied ontwikkelen voor woningbouw, bedrijventerrein, natuur en recreatie.

Voor de Palmkazerne ligt het accent op wonen en woonwerkcombinaties. Bijna alle kazernegebouwen worden gesloopt, met uitzondering van de zes legeringsgebouwen die waarschijnlijk voor jongerenhuisvesting bestemd worden. Op het vrijgekomen kazerneterrein worden 200 tot 250 woningen gebouwd, eengezinswoningen in rijtjes en vrijstaand, maar ook gestapelde bouw. Twee hectare grond wordt ingericht voor kleinschalige bedrijvigheid.

De planfase van het geheel moest in einde 2010 afgerond zijn, waarna men aan de slag had kunnen gaan. Dat laatste is niet gebeurd en het ziet er ook niet naar uit dat dit de komende jaren wel gaat gebeuren. De provincie Noord-Holland had het hele gebied als totaal willen aanbesteden, maar hierop is geen enkele inschrijving gekomen. Momenteel denkt men na over opsplitsing van het project in delen.

Geschiedenis

De kazerne in 1939
 

De bouw van de kazerne ving aan in juli 1938 met het optrekken van zes legeringsgebouwen. In oktober 1939 betrok het 8e Depotbataljon de kazerne en al spoedig kwam de eerste lichting rekruten op. De kazerne was toen verre van af, eten werd bereid in een keukenbarak die van elders gekomen was. De compagniën van het Depot verrichten hun oorlogstaak in de meidagen van 1940 in Noord-Holland, echter zonder bij gevechten betrokken te zijn.
Na de zomer van 1940 werd de kazerne door de Duitsers gebruikt, zowel door de Wehrmacht als door de Luftwaffe. Tot deze laatste behoorde de luchtdoel-artillerie en later in 1944 werden voor korte duur eenheden van de Hermann Göring Ersatz- und Ausbildungsdivision op de kazerne gelegerd..

Op 15 mei 1942 namen de Duitsers via een listige opzet de beroepsofficieren van het Nederlands leger voor de tweede keer gevangen. Via een oproep in de kranten vernamen deze, dat ze zich ter controle moesten melden op de daartoe aangewezen kazernes, ondermeer op de Palmkazerne. Daar aangekomen werd men gevangen genomen en vervolgens per trein afgevoerd naar Duitsland.
De kazerne zou in november 1944 en nogmaals in maart 1945 door de geallieerden gebombardeerd worden. De Duitsers vertrokken na het eerste bombardement. Na de Duitse capitulatie was de kazerne praktisch geheel vernield. Het zou tot in 1949 duren tot alle schade hersteld was.

In het enige nog enigszins bruikbare legeringsgebouw werd tot 1947 een compagnie Gezagstroepen gehuisvest, en voor korte duur hierna militairen die omgeschoold werden tot sergeant-majoor administratie. De kazerne was in 1946 echter toe gewezen aan het Regiment Luchtvaarttroepen dat in april 1948 de eerste algemene militaire opleiding voor 250 dienstplichtigen verzorgde. Voor de duur van een jaar kwam uit Den Haag de staf van het Commando Luchtverdediging naar de Palmkazerne. In 1951 vertrok de Luchtmacht gedeeltelijk en in de vrijgekomen gebouwen werd tot maart 1952 de 1e Kader School Infanterie ondergebracht. Vanaf 1952 tot 1960 werd de kazerne gebruikt door de luchtdoelartillerie, ondermeer door het Opleidingsregiment Zware Luchtdoelartillerie, een schoolbatterij voor de opleiding tot reserve-officier, maar ook parate luchtdoelartillerie-eenheden zoals de 117e Afdeling Zware Luchtdoelartillerie.

 

Op 14 november 1957 werd de kazerne weer getroffen vanuit de lucht toen er een Amerikaanse straaljager van het type F100 Super Sabre neerstortte. De piloot was Rezk Mohammed, een Amerikaan van Egyptische afkomst, die een jaar eerder ook al een toestel boven Brabant verloor. Na vertrek van Soesterberg dwong rook in de cockpit hem tot een nooduitstijging met de schietstoel. De piloot kwam er zelf ongedeerd vanaf, maar de Super Sabre stortte op 13.08 uur neer tegen de kopgevel van gebouw 3 van de Palm-kazerne. Het toestel sloeg een grote krater en de brandstoftanks, die nog nagenoeg vol zaten, ontploften. Dit veroorzaakte een grote vuurbal en zette twee gebouwen in brand. De trieste balans: zes doden en twaalf gewonden. De Amerikaanse piloot zou nog eens een vliegtuig verliezen. In totaal verloor hij binnen vier jaar even zovele vliegtuigen.

In 1960 werd de luchtdoelartillerie zwaar ingekrompen en de Palmkazerne kwam vrij voor het Depot Intendance, dat er iedere twee maanden een lichting rekruten een basisopleiding gaf. Deze basisopleiding vertrok in oktober 1965 naar Ossendrecht en vanaf toen tot de sluiting, was de Intendanceschool de hoofdgebruiker van de kazerne. Opleidingen waren ondermeer: school reserve-officieren intendance (SROInt), kaderschool voor dienstplichtige sergeants en aanvullende opleidingen voor officieren en onderofficieren. In 1973 werd na een reorganisatie de naam in OCInt (opleidings centrum intendance) veranderd.

Na het einde van de Koude Oorlog, de daarop volgende inkrimping van het leger en de vermindering van de opleidingsbehoefte, werden de logistieke opleidingen die bij de transporttroepen, TD en militaire administratie gegeven werden op de Palmkazerne geconcentreerd. Intendance en Aan- en Afvoertroepen gingen samen verder in het regiment Bevoorradings- en Transporttroepen. Hun opleidingen werden geïntegreerd maar de Palmkazerne was hiervoor te klein en had ook geen uitbreidingsmogelijkheden. Besloten werd te verhuizen naar de vrijgekomen Du Moulinkazerne in Soesterberg. Halverwege 2005 werd de verhuizing in gang gezet waarna de Palmkazerne nog enige tijd als reserve achter de hand gehouden werd.

De naamgever

Francois Abrahamszoon Palm werd in 1620 te Dordrecht geboren. Hij nam dienst in het Staatse leger en was luitenant in de garnizoenen van Doesburg en Geertruidenberg. In 1658 werd Palm uitgeleend aan de vloot en nam deel aan de zeeslag in de Sont en aan de landing op het Deense eiland Fuenen in 1659. In 1664 diende hij weer aan land in de rang van kapitein. Hierna zou Palm overstappen naar de voorloper van het huidige Korps Mariniers. Hij voerde het commando over een schip tijdens de Tweede Engelse oorlog en nam deel aan de tocht naar Chatham, waar hij met zijn mariniers het fort Sheerness veroverde.
In het jaar 1672, toen de Republiek der Verenigde Nederlanden over zee en land werd aangevallen, diende Palm aanvankelijk als scheepscommandant, maar later als commandant van 8 compagniën mariniers aan land. Toen de krijgskansen zich keerden ten gunste van de Republiek verplaatste de strijd zich naar het zuiden. Palm, intussen tot kolonel bevorderd werd tijdens de Slag bij Seneffe dodelijk gewond en overleed op 14 augustus 1673 in Bergen (B).

Overig

De Kolonel Palmkazerne hoorde bij de vier grotere infanteriekazernes geschikt voor twee bataljons met regimentsstaf, die ontworpen werden door de genie onder leiding van kapitein A.G. Boost in 1937 en 1938. Deze vier kazernes zouden gestandariseerd zijn en geen individuele ontwerpen. De andere drie kazernes zijn wel op tijd gerealiseerd maar van de Palmkazerne waren alleen de zes legeringsgebouwen opgetrokken toen de oorlog uitbrak. De Duitsers voegden een wachtgebouw toe. Pas in de naoorlogse jaren zouden er een permanent keukengebouw, kantine, een gecombineerd officiers/onderofficiershotel en een gecombineerd MGD-/staf-/lesgebouw aan de kazerne toegevoegd worden.