Kolonel Palmkazerne, Amersfoortsestraatweg, Bussum


Huidige toestand

De Kolonel Palmkazerne was onderdeel van een militair gebied dat tevens bestond uit Kamp Crailo en het rampenoefenterrein. Kamp Crailo werd geruime tijd na de afstoting door Defensie gebruikt als asielzoekerscentrum. Nadat Defensie besloten had om ook de Palmkazerne af te stoten, werd het totale gebied eigendom van de provincie Noord-Holland. Deze zou het voortouw nemen voor herbestemming van de gronden en gebouwen die lagen binnen de grenzen van de toenmalige gemeenten Bussum, Hilversum, Laren en Blaricum. Er werden plannen gemaakt die rekening hielden met de landschappelijke waarde van het gebied en die ervan uitgingen dat de zes legeringsgebouwen van de Palmkazerne zouden worden herbestemd tot appartementen. De economische crisis van 2008 verhinderde dit.

Met het aflopen van de economische crises kwam er weer schot in de plannen. Het rampenoefenterrein werd gesloopt en er werd een bodemonderzoek gedaan naar munitieresten uit de Tweede Wereldoorlog. In 2018 nam de gemeente Gooise Meren het eigendom van het totale vroegere militaire terrein over van de provincie.
In 2013 was er een gemeentelijk ambitiedocument opgesteld voor het plangebied Crailo waaronder de kazerne. Men sprak voor de zes legeringsgebouwen de wens uit deze te behouden, maar als de aanpassingskosten te hoog zouden uitvallen zou sloop mogelijk zijn. Twee jaar later in 2015 werd in het rapport Ruimtelijk Kader Crailo hernieuwd de ambitie uitgesproken het ensemble van de zes gebouwen te behouden.
Eind 2019 kwam er meer duidelijkheid en lijken de plannen op hoofdlijnen concreet te zijn. Op het kazerneterrein zal een buurtschap verrijzen dat Crailo is genoemd. Diagonaal over het buurtschap is de Laan van Crailo geprojecteerd, die de drie deelgebieden van het plan voor langzaam verkeer met elkaar verbindt. In totaal zullen er ongeveer 590 woningen worden gerealiseerd, waarvan een deel in hoogbouw, tot 18 meter hoogte. De bebouwingsdichtheid van het gebied, met 17 woningen per hectare, wordt laag. Van de kazerne worden de zes legeringsgebouwen hergebruikt, evenals het voormalige lesgebouw De Spiegelhorst. In dit laatste zullen 40 appartementen worden ingericht. Op een overzichtskaart staan ook de twee lange lage loodsen (ten zuiden van de legeringsgebouwen) nog ingetekend als zijnde resterende bebouwing, een bestemming ervoor wordt nergens genoemd. Mogelijk als bedrijfsgebouwen omdat 5 hectare van het terrein is bestemd voor bedrijvigheid. De voormalige appèlplaats zal worden ingericht als ontmoetingsruimte voor de bewoners.

De plannen voor Crailo zijn ambitieus, 'Parel van 't Gooi' aldus een krantekop. 'Het buurtschap wordt een showcase,' schreef de Gooi en Eemlander. 'Een doorkijkje naar het bouwen van de toekomst: extreem duurzaam, innovatief en natuurvriendelijk.' In 2020 zal bodemsanering plaatsvinden en de sloop van de niet-herbestemde gebouwen. In 2021 volgt het bouwrijp maken van het terrein. Het project Crailo zal daarna in zes jaar moeten worden gerealiseerd.

Geschiedenis

De kazerne in 1939 .
 

De bouw van de kazerne ving aan in juli 1938 met het optrekken van zes legeringsgebouwen. In oktober 1939 betrok het 8e Depotbataljon de kazerne en al spoedig kwam de eerste lichting rekruten op. De kazerne was toen verre van af, eten werd bereid in een keukenbarak die van elders gekomen was. De compagniën van het Depot verrichten hun oorlogstaak in de meidagen van 1940 in Noord-Holland, echter zonder bij gevechten betrokken te zijn.
Na de zomer van 1940 werd de kazerne door de Duitsers gebruikt, zowel door de Wehrmacht als door de Luftwaffe. Tot deze laatste behoorde de luchtdoel-artillerie en later in 1944 werden voor korte duur eenheden van de Hermann Göring Ersatz- und Ausbildungsdivision op de kazerne gelegerd..

Op 15 mei 1942 namen de Duitsers via een listige opzet de beroepsofficieren van het Nederlands leger voor de tweede keer gevangen. Via een oproep in de kranten vernamen deze, dat ze zich ter controle moesten melden op de daartoe aangewezen kazernes, ondermeer op de Palmkazerne. Daar aangekomen werd men gevangen genomen en vervolgens per trein afgevoerd naar Duitsland.
De kazerne zou in november 1944 en nogmaals in maart 1945 door de geallieerden gebombardeerd worden. De Duitsers vertrokken na het eerste bombardement. Na de Duitse capitulatie was de kazerne praktisch geheel vernield. Het zou tot in 1949 duren tot alle schade hersteld was.

In het enige nog enigszins bruikbare legeringsgebouw werd tot 1947 een compagnie Gezagstroepen gehuisvest, en voor korte duur hierna militairen die omgeschoold werden tot sergeant-majoor administratie. De kazerne was in 1946 echter toe gewezen aan het Regiment Luchtvaarttroepen dat in april 1948 de eerste algemene militaire opleiding voor 250 dienstplichtigen verzorgde. Voor de duur van een jaar kwam uit Den Haag de staf van het Commando Luchtverdediging naar de Palmkazerne. In 1951 vertrok de Luchtmacht gedeeltelijk en in de vrijgekomen gebouwen werd tot maart 1952 de 1e Kader School Infanterie ondergebracht. Vanaf 1952 tot 1960 werd de kazerne gebruikt door de luchtdoelartillerie, ondermeer door het Opleidingsregiment Zware Luchtdoelartillerie, een schoolbatterij voor de opleiding tot reserve-officier, maar ook parate luchtdoelartillerie-eenheden zoals de 117e Afdeling Zware Luchtdoelartillerie.

 

Op 14 november 1957 werd de kazerne weer getroffen vanuit de lucht toen er een Amerikaanse straaljager van het type F100 Super Sabre neerstortte. De piloot was Rezk Mohammed, een Amerikaan van Egyptische afkomst, die een jaar eerder ook een toestel boven Brabant verloor. Na vertrek van Soesterberg dwong rook in de cockpit hem tot een nooduitstijging met de schietstoel. De piloot kwam er zelf ongedeerd vanaf, maar de Super Sabre stortte op 13.08 uur neer tegen de kopgevel van gebouw 3 van de Palm-kazerne. Het toestel sloeg een grote krater en de brandstoftanks, die nog nagenoeg vol zaten, ontploften. Dit veroorzaakte een grote vuurbal en zette twee gebouwen in brand. De trieste balans: zes doden en twaalf gewonden. De Amerikaanse piloot zou nog eens een vliegtuig verliezen. In totaal verloor hij binnen vier jaar even zovele vliegtuigen. Het idee dat hij een brokkenpiloot was, wordt niet bevestigd door zijn latere carrière. Rezk Mohammed vloog meer dan 100 missies boven Noord-Vietnam, ging met pensioen als luitenant-kolonel en werd veelvuldig onderscheiden.

In 1960 werd de luchtdoelartillerie zwaar ingekrompen en de Palmkazerne kwam vrij voor het Depot Intendance, dat er iedere twee maanden een lichting rekruten een basisopleiding gaf. Deze basisopleiding vertrok in oktober 1965 naar Ossendrecht en vanaf toen tot de sluiting, was de Intendanceschool de hoofdgebruiker van de kazerne. Opleidingen waren ondermeer: school reserve-officieren intendance (SROInt), kaderschool voor dienstplichtige sergeants en aanvullende opleidingen voor officieren en onderofficieren. In 1973 werd na een reorganisatie de naam in OCInt (opleidings centrum intendance) veranderd.

Na het einde van de Koude Oorlog, de daarop volgende inkrimping van het leger en de vermindering van de opleidingsbehoefte, werden de logistieke opleidingen die bij de transporttroepen, TD en militaire administratie gegeven werden op de Palmkazerne geconcentreerd. Intendance en Aan- en Afvoertroepen gingen samen verder in het regiment Bevoorradings- en Transporttroepen. Hun opleidingen werden geïntegreerd maar de Palmkazerne was hiervoor te klein en had ook geen uitbreidingsmogelijkheden. Besloten werd te verhuizen naar de vrijgekomen Du Moulinkazerne in Soesterberg. Halverwege 2005 werd de verhuizing in gang gezet waarna de Palmkazerne nog enige tijd als reserve achter de hand gehouden werd.

De naamgever

Francois Abrahamszoon Palm werd in 1620 te Dordrecht geboren. Hij nam dienst in het Staatse leger en was luitenant in de garnizoenen van Doesburg en Geertruidenberg. In 1658 werd Palm uitgeleend aan de vloot en nam deel aan de zeeslag in de Sont en aan de landing op het Deense eiland Fuenen in 1659. In 1664 diende hij weer aan land in de rang van kapitein. Hierna zou Palm overstappen naar de voorloper van het huidige Korps Mariniers. Hij voerde het commando over een schip tijdens de Tweede Engelse oorlog en nam deel aan de tocht naar Chatham, waar hij met zijn mariniers het fort Sheerness veroverde.
In het jaar 1672, toen de Republiek der Verenigde Nederlanden over zee en land werd aangevallen, diende Palm aanvankelijk als scheepscommandant, maar later als commandant van 8 compagniën mariniers aan land. Toen de krijgskansen zich keerden ten gunste van de Republiek verplaatste de strijd zich naar het zuiden. Palm, intussen tot kolonel bevorderd werd tijdens de Slag bij Seneffe dodelijk gewond en overleed op 14 augustus 1673 in Bergen (B).

Overig

De Kolonel Palmkazerne hoorde bij de vier grotere infanteriekazernes geschikt voor twee bataljons met regimentsstaf, die ontworpen werden door de genie onder leiding van kapitein A.G. Boost in 1937 en 1938. Deze vier kazernes zouden gestandariseerd zijn en geen individuele ontwerpen. Twee van de vier kazernes werden op tijd gerealiseerd, maar van de Palmkazerne waren alleen de zes legeringsgebouwen opgetrokken toen de oorlog uitbrak. Ook de Elias Beeckmankazerne in Ede was niet af. De Duitsers voegden aan de Palmkazerne een wachtgebouw toe. Pas in de naoorlogse jaren zouden er een permanent keukengebouw, kantine, een gecombineerd officiers/onderofficiershotel en een gecombineerd MGD-/staf-/lesgebouw aan de kazerne toegevoegd worden.