Oranje-Nassaukazerne, Sarphatistraat, Amsterdam


Huidige toestand

De kazerne is na de afstoting in 1989 deels ingrijpend gerenoveerd en deels gesloopt. Na opheffen van gebreken door verzakkingen  zijn in het  hoofdgebouw appartementen gerealiseerd op de verdiepingen van het middendeel en in de zijvleugels.  De begane grond van het  middendeel werd bestemd voor bedrijfsruimtes. Alle 182 wooneenheden in het hoofdgebouw vallen onder de sociale huursector en waren veelal bestemd voor stadsvernieuwings-urgenten.
Het eveneens resterende bureelgebouw bij de hoofdingang aan de Kazernestraat bevat tegenwoordig een Blijf van mijn lijf huis en het vroegere keuken/eetzaalgebouw is nu een kinderdagverblijf. De overige kazernegebouwen tussen hoofdgebouw en de Singelgracht zijn gesloopt om ruimte te maken voor zes woontorens, een gekromd appartementenblok en een L-vormig woonblok.

Geschiedenis

De in 1814 opgeleverde kazerne zou meer dan 100 jaar lang een weinig benijdenswaardig onderkomen voor zijn bewoners zijn. Het tochtte in het  276 meter lange hoofdgebouw, was vochtig en moeilijk te verwarmen en het sanitair was buiten in houten hokjes, ziektes braken in deze omgeving snel uit. Voor de  infanteristen en artilleristen die er in de 19e eeuw ondergebracht waren moet legering geen pretje geweest zijn. In 1830 werd de kazerne zelfs afgekeurd voor huisvesting en gebruikt als passantenhuis.
In 1839, als er blijkbaar weer gewone legering is, zit de pas geopende dierentuin Artis voor de wintermaanden in de problemen. Men zoekt noodhuisvesting voor tropische dieren waarvoor de accommodatie nog niet gereed is. De Oranje-Nassaukazerne (ONK) bood uitkomst. Er werden ondermeer struisvogels en antilopen ondergebracht maar niet tot genoegen van Jan Soldaat. De onaangename stank van de dieren leidde tot klachten door vestingartilleristen op de bovengelegen verdiepingen.
Niet alleen de slechte kwaliteit van het onderkomen, maar ook de legering van grote hoeveelheden manschappen speelde een negatieve rol. Nog in 1919 constateerde de Commissie tot onderzoek naar de ontevredenheid in het leger dat de kazerne overbevolkt was.

Het  hierboven genoemde gebruik als dependance van Artis was mogelijk omdat de gemeente Amsterdam de kazerne bekostigd had en dus eigenaar was. In 1860 werd de kazerne om niet afgestaan aan het Rijk op voorwaarde dat Amsterdam verder verlost zou zijn van kosten voor huisvesting van militairen. Eveneens werd bedongen dat Amsterdam de kazerne weer om niet terug zou krijgen als het leger deze niet meer nodig zou hebben. Dit laatste gebeurde dan ook in 1989.

Achterzijde hoofdgebouw, rechts het keukengebouw
 

Gedurende de 175 jaar dat de kazerne als zodanig in gebruik was heeft hij vele verschillende bewoners gekend. Tot 1922 was er altijd infanterie gelegerd van diverse regimenten, vaak de regimentsstaf en een bataljon. Maar ook was er vestingartillerie gelegerd en de dienstkring der genie. In die tijd kenden kazernes meestal maar een type gebruiker, maar de ONK was zo groot dat dit tot gedeeltelijke leegstand geleid zou hebben.

Tijdens de jaren tussen de wereldoorlogen is het waarschijnlijk zeer rustig geweest op de kazerne. De vestingsartillerie was opgeheven en de infanterie naar Harderwijk verhuist.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog waren er ondermeer Luftwaffe Bautruppen en de Grüne Polizei gehuisvest.
Na de oorlog was er tot 1965 de Intendanceschool gehuisvest, maar ook lange tijd 420 IBC (van Heutsz), een werktroepen- en munitiedepotcie, marechaussee en andere kleinere eenheden en gebruikers. Ook werden er geruime tijd dienstplichtigen gekeurd.
In 1988 verliet de Landmacht de ONK en kwam deze weer in handen van de gemeente Amsterdam, die mooie plannen had gemaakt voor het burgerleven van de kazerne.

De  gemeente wilde in het hoofdgebouw sociale huurwoningen realiseren maar een rapport van de genie bracht hen op andere gedachten. Het gebouw was op vele plaatsen 10 tot 30 centimeter verzakt. Om dit te herstellen was zoveel geld nodig dat sociale huurwoningen onbetaalbaar zouden worden. Rijksmonument of niet, men wilde slopen. Na protesten van buurtbewoners werd architectenbureau van Stigt in de hand genomen die een betaalbaar alternatief voor de hoge herstelkosten bedacht en een andere bouwkundige invulling. Dit plan is gerealiseerd waarbij zoveel mogelijk de monumentale buitenkant van het hoofdgebouw onaangetast bleef. De binnenzijde werd kaal gestript en de appartementen die erin werden gerealiseerd werden, kennen door het bestaande stramien als uitgangspunt te nemen vele varianten. Vanaf midden 1990 kon het verbouwde middendeel  dat het eerst gereed was door de nieuwe bewoners betrokken worden.

De naamgever

De kazerne is genoemd naar het huis Oranje-Nassau, ondermeer uit dankbaarheid voor de terugkeer uit Engeland en de troonsaanvaarding door Prins Willem Frederik, na 1814 Koning Willem I genaamd.
De eerste Oranje-Nassau was Willem van Nassau  die in 1544 op elfjarige leeftijd via een erfenis het in Frankrijk gelegen prinsdom Orange verwierf.
De kazerne werd opgeleverd toen de Fransen hun macht in Nederland kwijt waren en het land hadden verlaten. De Franse opdrachtgevers hadden in de fronton (driehoekig vlak bij de dakrand) van het middengedeelte het wapenschild van de Franse keizer willen plaatsen. Op deze plaats kwam het wapenschild van de Oranjes.

Overig

Het oorspronkelijke ontwerp uit 1810 door stadsbouwmeester Abraham van der Hart werd op aandringen van Napoleon Bonaparte aangepast door de Franse genieofficier Picot de Maras. De kazerne moest in de nieuwe plannen 2400 man kunnen huisvesten en de grandeur van het Franse keizerrijk uitstralen. Er werd gebouwd naar ideeën van de laat 17e eeuwse Franse maarschalk Vauban, die vooral bekend is vanwege zijn vestingwerken.
Vauban had ook een ontwerp gemaakt voor legering, dit ontwerp bestond uit een lang gebouw zonder een centrale gang. De kleine legeringkamers moesten betreden worden door deuren in voor- en achtergevel, de kamers in voor - en achterkant van het gebouw waren gescheiden door een muur. De bovenverdieping kon per eenheid (met dezelfde plattegrond als de benedenverdieping) alleen bereikt worden via de talloze trapopgangen die in dit ontwerp noodzakelijk waren.
Dit verre van volmaakte ontwerp werd in de tweede helft van de 18e eeuw verbeterd, de centrale muur tussen voor- en achterkamers werd verwijderd zodat er een grote legeringzaal ontstond, het aantal trapopgangen verminderd en een lange gang aangelegd langs de voor- of achtergevel. Hoogstwaarschijnlijk is dit verbeterde ontwerp toegepast bij de Oranje-Nassaukazerne.

Uit hygiëneoverwegingen werden de toiletten voor gebruik overdag in speciale gebouwtjes, buitenprivaten, geplaatst. Het hoofdgebouw zou aangevuld worden met andere bebouwing. Ongetwijfeld zijn er stallen geweest voor de paarden van de officieren, magazijnen en is er later een badhuis op de kazerne verschenen.
In 1920 werd er bij de hoofdingang een bureelgebouw neergezet voor de genie. Het nog steeds bestaande keuken/eetzaalgebouw is ook een latere toevoeging.