Pontonnierskazerne, Keizersveer, Raamsdonkveer


Huidige toestand

Er bestaat in Nederland geen tweede kazerne die zo grondig (letterlijk en figuurlijk) verwijderd is als de Pontonnierskazerne. Op de plaats van de voormalige kazerne is er nu het industrieterrein Pontonnier. Hier zijn ondermeer enkele werven gevestigd waarvoor een haven werd gegraven. De grond die daaruit vrijkwam is gebruikt voor de aanleg van het traject van de Hoge Snelheids Lijn.
Parallel aan de oprit van de brug (van de A27) over de Bergse Maas, loopt nog 50 meter zeer verroest hekwerk op de grens van het vroegere kazerneterrein. Het enige deel van de kazerne dat nog resteert. De scheepsbel van de kazerne hangt tegenwoordig aan het monument voor de pontonniers op de Margrietkazerne in Wezep. Ter plaatse herinnert nog een gebouw aan de kazerne. Linksvoor op het industrieterrein is een laag, geschakeld gebouw van roodbruine bakstenen dat in 1989 als PMT in gebruik werd genomen en tegenwoordig een bedrijf huisvest.

Geschiedenis

De kazerne werd in 1952 in gebruik genomen door de pontonniers en was tijdens de watersnoodramp in Zeeland in februari 1953 van groot nut. De kazerne stak als een eiland uit boven de onder water gelopen omgeving. Direct werden de pontonniers ingezet om de inwoners van het nabijgelegen Raamsdonk te evacueren met vlotten, vletten en aanvalsboten. De geëvacueerden vonden tijdelijk op de kazerne een onderkomen. Als dank voor de redding schonk de bevolking van Raamsdonk in 1955 zes gebrandschilderde ramen, die in de manschappenkantine geplaatst werden. Tegenwoordig hangen ze in het Geniemuseum te Vught.
Op de kazerne was tot in de jaren zestig 112 Pontonniersbataljon (later omgedoopt in 462 Pontonniersbataljon) gevestigd. Hun taak was ondermeer het bouwen van grote bruggen op pijlers of pontons, er werd daartoe geoefend op de direct naast de kazerne gelegen Bergse Maas. 112 Pontonniersbataljon had ook een taak met het invaren van pontons in de stuwen van de IJssellinie en het in oorlogstijd in veiligheid brengen van Rijnschepen.
In 1966 werd 101 NBC-Ontsmettingcompagnie aan de pontonniers toegevoegd. Het dan geheten 462 Pontonniersbataljon werd echter in het kader van bezuinigingen in 1967 mobilisabel gesteld. De Ontsmettingscompagnie verhuisde naar Wezep en aan de aanwezigheid van de genie op de kazerne kwam een eind.

De kazerne zou verder ondermeer gebruikt worden door 829-832 Zware Transport Compagnie en als rijopleiding voor de vele dienstplichtige chauffeurs die de landmacht in die jaren nodig had. De Rijschool Tilburg (RST) beëindigde in Tilburg zijn activiteiten (1987/1988) en ging verder op de Pontonnierskazerne als Rijschool Keizersveer (RSK). Omdat men ook het Protestants Militair Tehuis (PMT) in Tilburg sloot, ontwikkelde men plannen om een nieuw PMT in Keizersveer te realiseren. Daartoe werd een stuk van het kazerneterrein afgestaan, linksvoor, en werd de hindernisbaan verplaatst. Op 21 maart 1989 werd het tehuis plechtig geopend door mr. Pieter van Vollenhove. Het PMT Keizersveer zou het laatst gebouwde militaire tehuis in Nederland zijn. Niet lang daarna was de Koude Oorlog afgelopen waarna het leger sterk kromp. Er waren minder kazernes nodig en vele werden gesloten. Zo ook de Pontonnierskazerne waarvoor in 1995 het doek viel voor het militaire gebruik .

Eind jaren '90 zou de kazerne nog gebruikt worden voor de opvang van Kosovaarse vluchtelingen, maar er waren regionaal andere plannen. Hiertoe kocht de gemeente Geertruidenberg in december 1999 de kazerne van Domeinen voor 2,6 miljoen gulden. Het plan van de gemeente was om tot herinrichting te komen in samenwerking met Rijkswaterstaat. Daartoe moest enige bedrijvigheid, onder andere enkele scheepswerven aan de Donge, verplaatst worden naar het terrein van de kazerne. Rijkswaterstaat wilde een deel van het terrein afgraven ten bate van de overloop van de Bergse Maas.
De sloop van de kazerne begon in 2000 en al snel was er enige (financiële) tegenslag, er werd veel meer asbest aangetroffen dan verwacht. Binnensdijks werd een haven uitgegraven, dit is het zogenaamde natte deel voor de scheepsbouw. Op het droge deel van het voormalige kazerneterrein kwamen andere bedrijfsaktiviteiten. De voormalige gymnastiekzaal van de kazerne werd in gebruik genomen door een vereniging die er carnavalswagens bouwde, maar is anno 2009 ook verdwenen om ruimte voor bedrijfsaktiviteiten te maken.

De naamgever

 

De kazerne is in tegenstelling tot bijna iedere kazerne in Nederland, niet naar een persoon genoemd maar naar oude gewoonte naar de gebruiker.
De geschiedenis van de pontonniers gaat terug naar het einde van de 16e eeuw. Het Staatse leger kreeg de beschiking over een eigen ponttrein, die alles bevatte dat voor het slaan van een brug nodig was. De zogenaamde pontgasten kwamen uit het scheepsvolk dat de binnenwateren bevoer. Zij waren (nog) geen militairen en dienden alleen als het leger hen nodig had. In de 17e en 18e eeuw zou het leger wel altijd pontgasten in dienst hebben voor onderhoud van het materieel.
In 1732 werden de pontgasten wel als militairen beschouwd, die ook uitgebreid oefenden en als pontonniers aangeduid werden. In de Franse tijd (1793-1813) zouden de pontonniers als onderdeel van het leger van het Franse keizerrijk de veldtocht naar Rusland in 1812 meemaken. Maar weinig pontonniers zouden die tocht overleven.
In de tijd van 1813 tot 1940 kwamen er altijd pontonniers in de legerorganisatie voor. Sinds 1841 met de status van korps en onder de artillerie vallend tot 1927, daarna als onderdeel van de genie. In de jaren kort voor de Tweede Wereldoorlog was het korps flink gegroeid en volledig gemotoriseerd. In de meidagen van 1940 stelden de pontonniers een groep Duitse parachutisten bij Dordrecht buiten gevecht.
In de naoorlogsjaren had 112 Pontonniersbataljon een speciale taak in de IJssellinie, maar zou in het algemeen het onderscheid tusen pioniers en pontonniers vervagen. Wel hoorden de pontonniers meer bedreven te zijn in de brugslag op ruw water.
De huidige landmacht kent allang geen Korps Pontonniers meer. Wel worden er nog altijd opleidingen tot pontonnier gegeven, waarna logischer wijze plaatsing bij een brugcompagnie volgt.

Overig

De Pontonnierskazerne werd in 1952 opgeleverd en is bouwkundig gelijk aan andere, maar grotere, kazernes die in de jaren '52 en '53 ter beschikking van de landmacht kwamen. De kazerne was vanwege zijn ligging aan stromend water uniek voor de landmacht.