Prins Frederikkazerne, Amelandsdwinger, Leeuwarden


Huidige toestand

Na enkele jaren touwtrekken wat te doen met de leeggekomen kazerne werd besloten deze te verbouwen tot appartementen. Op 10 februari 1984 konden de eerste bewoners de sleutels ophalen. In het hoofdgebouw en het rechts ervan gelegen gebouw B zijn in totaal 197 appartementen voor een- en tweepersoonshuishoudens gerealiseerd, een deel hiervan is voor mindervaliden. Voor die laatsten zijn 20 eenheden met gezamenlijke dagruimtes in de noordvleugel gebouwd.
Aan de buitenzijde is de kazerne zoveel mogelijk onaangetast gehouden, wel zijn er in de zijgevels van begane grond tot dakhoogte vier glaspuien gemaakt ten bate van toetreding van daglicht in de trappenhuizen. Ook zijn hier ingangen gemaakt met luiffels. Voor- en achtergevel zijn ongewijzigd. De binnenplaats is opvallender aangepast aan de nieuwe (woon-) functie. De inwendige trappenhuizen vervullen nog steeds hun normale functie, maar aan iedere binnengevel is een uitwendig (open) trappenhuis gebouwd en aan twee gevels galerijen als extra vluchtwegen. Ook zijn er twee uitwendige liften in combinatie met de trappenhuizen gebouwd.

Geschiedenis

De oorspronkelijke plattegrond
 

In 1829 verrees naar een ontwerp van stadsbouw-meester Gerrit van der Wielen een van de eerste als zodanig gebouwde vierkante kazernes van Nederland. Omdat de vestingwerken van de stad verwijderd waren was er, op een voormalig bastion ter grootte van ongeveer een hectare, ruimte vrijgekomen. Met een afmeting van 66 bij 75 meter verrees een gebouw van drie bouwlagen met kap en een volledig omsloten binnenplaats. Langgerekte manschappenkamers met een hoogte van vier meter boden plaats aan ongeveer 40 man in gestapelde britsen en waren tegen de buitengevel gesitueerd. In de hoeken van de binnenplaats waren aanbouwen geplaatst met elk drie afzonderlijke vertrekken voor de onderofficieren. Het gebouw bood onderdak aan 1000 militairen, maar bij tijd en wijle liep dit op naar 1500 man en een enkele keer zelfs tot 2200 man.
Omdat de gemeente Leeuwarden voor de kosten opdraaide, zoals gebruikelijk in die tijd, was de uitvoering sober. De grootste frivoliteit was een fronton boven de hoofdingang. De eerste bewoners behoorden tot de 8e Afdeling Infanterie. Tot 1938 zouden er van vijf regimenten infanterie eenheden op de kazerne verblijven. Soms enkele bataljons, maar enige perioden zelfs drie of vier. Gedurende de jaren 1847-1848 en 1853-1855 waren er regimenten Dragonders in Leeuwarden gelegerd, maar onbekend is of ze op de kazerne verbleven.

In de nacht van 14 op 15 januari 1860 woedde een hevige brand die van de kazerne weinig overliet. Hierbij kwamen militairen, waaronder enkele onderoffcieren, en een brandweerman om het leven. De brand was een strop voor de gemeente Leeuwarden, die de kazerne niet verzekerd had. De herbouw van de kazerne werd dan ook in 1863 door het rijk bekostigd. Zo mogelijk nog soberder dan voorheen herrees de kazerne, een fronton kon er niet meer vanaf. De hoofdingang werd nu gemarkeerd door een eenvoudige segmentboog.

Tijdens de periode van de Eerste Wereldoorlog verbleef het grootste deel van het leger in Zuid-Nederland en zal er waarschijnlijk een minimale bezetting aanwezig geweest zijn. Datzelfde geldt met een hoge mate van waarschijnlijkheid voor de jaren 1922 tot 1938, toen Nederland vrijwel geen paraat leger meer had.

Na de Tweede Wereldoorlog was er groot gebrek aan legeringsruimte en werd de kazerne door de Landmacht met de Luchtmacht gedeeld, tot in 1954 de laatste luchtmachtmilitairen de nieuwe legeringsgebouwen op de Vliegbasis Leeuwarden betrokken. Vanaf toen was de luchtdoelartillerie de grootste gebruiker. Eerst enkel 936 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie (LuA), maar eind 1955 kwam daar 935 LuA bij. De kazerne was nu weer bomvol. Zestig man, officieren en een deel van de onderofficieren, moest ingekwartierd worden bij burgers.
936 LuA zou in 1958 als Zelfstandige Afdeling Biak naar Nederlands Nieuw-Guinea uitgezonden worden. De territoriale lichte luchtdoelartillerie was door militair-strategische ontwikkelingen steeds minder van belang geworden en in 1960 werd 935 LuA opgeheven. In hun plaatst kwamen twee batterijen van 45 LuA. Samen met de al op de kazerne gelegerde 128e Munitiecompagnie kwam de bezetting nu uit op ongeveer 300 man.
Ook 45 LuA behoorde tot de territoriale luchtdoelartillerie en die werd in heel Nederland in 1964 opgeheven, de eenheid vertrok en de kazerne werd steeds leger. Een Infanterie Beveiligingscompagnie van 120 man deelde de kazerne van 1966 tot 1972 met een Duits munitiecommando, dat ook in 1972 zou verdwijnen. Met de weinige gebruikers die overbleven, het Provinciaal Militair Commando (PMC), werd het een aflopende zaak. Toen in 1974 ook het PMC vertrok na een reorganisatie had de kazerne zijn nut voor defensie verloren.

De lege kazerne kreeg in september 1975 tijdelijk de status als noodopvang voor Surinamers, die geen heil in de onafhankelijkheid van hun land zagen en massaal een nieuw bestaan in Nederland wilden opbouwen. In allerijl werd de kazerne door militairen van de vliegbasis weer ingericht en een burger werd aangesteld als hoofd voedingsdienst. Iets meer dan tweehonderd Surinamers vonden tot aan de Kerst een onderkomen in de kazerne, die daarna weer overgedragen werd aan de Dienst der Domeinen om verkocht te worden.

Al jaren lang waren er plannen gemaakt voor de kazerne of het stuk grond waar hij opstaat. Zo wilde men er gemeentelijke diensten in onderbrengen en er een kantoorgebouw van maken. Plaatselijke winkeliers wilden weer totale sloop om ter plekke een bovengrondse parkeergarage neer te zetten. Het werd uiteindelijk huisvesting na jaren onzekerheid. Staatssecretaris Brokx van Volkshuisvesting verrichtte de opening begin 1984 en enkele maanden later werden de zorgeenheden door prinses Juliana in gebruik gesteld.

De naamgever

 

Frederik (Willem Frederik Karel) van Oranje-Nassau was de tweede zoon van Koning Willem I en werd op 28 februari 1797 in Berlijn geboren. Hij groeide op aan het hof van zijn grootvader Friedrich Wilhelm II von Preussen en ontving militair onderricht van generaal von Clausewitz. In dienst van het Pruisische leger nam hij deel aan de Volkerenslag bij Leipzig in 1813. Hierna zette hij voor het eerst in zijn leven voet op Nederlandse bodem om in dienst van het pas opgerichte koninkrijk diverse functies in het leger te vervullen. Hij werd tweede bevelhebber van het eerste Nederlandse Legerkorps en nam in 1815 het bevel over van zijn broer over de Nederlandse troepen in Noord-Frankrijk.
Vanwege het verloren gaan van de familiebezittingen in Duitsland, zou hij groothertog van Luxemburg worden. Hij zag hiervan af ten gunste van bezittingen in Nederland en de titel Prins der Nederlanden in 1816. Voor de landmacht was hij ook in de periode na de veldtochten tegen de Fransen belangrijk, zo richtte hij de Koninklijke Militaire Academie in Breda op en was verantwoordelijk voor de uitrusting van het leger met moderne wapens. Hij vervulde diverse functies in het leger, admiraal van de vloot vanaf 1829 en van 1840 tot 1868 veldmaarschalk. Vanaf 1849 was hij inspecteur-generaal der krijgsmacht. Tijdens de Belgische opstand in 1830 was hij tweede bevelhebber van het Nederlandse leger in Belgiƫ.
Frederik was een belangrijk adviseur van zijn broer koning Willem II en later van zijn neef koning Willem III. Hij speelde de rol van verzoener in de Oranje-familie en was 65 jaar lang grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden. Op hoge leeftijd, hij werd ruim 84 jaar, overleed hij op 8 september 1881 te Wassenaar.

Overig

De kazerne heeft de status van rijksmonument en behoord tot de weinige kazernes van dit type, die nog over zijn in Nederland. Vierkante kazernes waren berucht vanwege hun slechte hygiƫnische omstandig-heden, overbevolking werkte ook nog eens hoge ziekte- en sterftecijfers in de hand.
De bouwstijl van de kazerne die in 1860 afbrandde kan als sober neo-classisisme getypeerd worden. De herbouw heeft te weinig kenmerken om als zodanig omschreven te worden. Het rechts naast het hoofdgebouw gelegen gebouw B heeft aanpassingen aan de kap aan een zijde om stahoogte te verkrijgen. Hetzelfde is gebeurd aan een binnenzijde van het hoofdgebouw.