Herbestemming van kazernes


Na de afstoting zijn er talloze mogelijkheden om kazernes een andere bestemming te geven. Kazernecomplexen zijn echter in tegenstelling tot losse gebouwen geen makkelijke objecten voor herbestemming en de weg er naar toe is vaak lang.

Nederland kent talloze afgestoten kazernes die een nieuw leven begonnen zijn. Voor 1990 betrof het vooral kleinere kazernecomplexen in de binnensteden die hun bruikbaarheid voor de Landmacht verloren hadden. Na het einde van de Koude Oorlog zouden ook grotere complexen, vaak aan de rand of zelfs ver buiten de bebouwde kom van dorpen en steden, afgestoten worden.
De kazernes in de binnensteden waren vaak een waardevol onderdeel van hun omgeving en kregen zonder veel problemen monumentstatus, hoewel ook een aantal zondermeer gesloopt werd. Voor veel van deze kazernes zoals de Oranje-Nassaukazerne te Harderwijk lag wonen als herbestemming voor de hand. Maar ook zien we een nieuwe functie als onderwijsinstelling, bijvoorbeeld de Cavaleriekazerne in Amsterdam die een school voor beeldende kunsten werd, of als politiebureau zoals de Koudenhornkazerne te Haarlem.

Herbestemming is een begrip dat op verschillende manieren gebruikt wordt, de meest heldere omschrijving en hier als zodanig gebruikt is: het hergebruiken van een gebouw of complex door er een nieuwe functie aan te geven. Ook is het een verzamelbegrip dat het totale proces van ideeënvorming (soms al voor leegstand) tot ingebruikname dekt.

De Oranje-Nassaukazerne te Harderwijk
 

Na 1990 zou de Landmacht fors inkrimpen en reorganiseren waarna vele kazernes leeg kwamen te staan toen de daar gelegerde onderdelen opgeheven werden of overgeplaatst. De  kazernes die na 1990 afgestoten werden zijn vrij omvangrijk en minstens geschikt om een onderdeel op bataljongrootte te huisvesten, dat wil zeggen 600 tot 800 man met bijhorend voertuigenpark. In tegenstelling tot de veel eerder afgestoten kazernes is hier vaak sprake van een behoorlijke oppervlakte, waarbij legerings- en bureelgebouwen, eetzalen en kantines aangevuld worden met (onderhouds-)garages, losse magazijnen en parkeerplaatsen. Vaak is er een sportaccommodatie ter grootte van minstens één voetbalveld aanwezig en soms een losse sporthal.

Indien een kazerne vrijkomt zijn er drie mogelijkheden die op het eerste oog een open deur lijken. De kazerne wordt (grotendeels) intact gelaten, gesloopt of een status tussen deze beide uitersten in.
Het nagenoeg intact laten en compleet overnemen van kazernes kwam in de jaren ’90 veelvuldig voor. Grote stromen asielzoekers moesten gehuisvest worden en wat was er dan beter geschikt dan een kazerne die ingericht is voor massalegering en verzorging. Na het afnemen van de asielzoekersstroom kwam een deel van deze kazernes weer leeg te staan en was er hernieuwd de vraag wat ermee te doen. Een complex kan ook een korte overgangsperiode andere gebruikers herbergen zoals de Frederik Hendrikkazerne te Venlo anno 2010, die als tijdelijke huisvesting door de gemeente Venlo gebruikt wordt.
Het andere uiterste is complete afbraak, twee redelijk moderne kazernes in Nunspeet en Keizersveer uit de jaren ’50 van de 20e eeuw overkwam dit. Zij werden herontwikkeld als natuurgebied en industrieterrein. Omdat geen van beide in de bebouwde kom lag en er geen monumentstatus was, stuitte de afbraak niet op problemen en veel weerstand.
Vanuit het oogpunt van herbestemming is de categorie kazernes die tussen de twee bovengenoemde uitersten invalt het interessantst. Hier moeten keuzen worden gemaakt omdat er gebouwen (en soms beplanting) blijven staan die een nieuwe functie moeten krijgen en die ideaal gezien harmonisch ingepast moeten worden tussen nieuwe bebouwing.

Momumentstatus

Het hoofdgebouw van de Ripperdakazerne
 

Eén van de allereerste kazerne die afgestoten werd (1992) na het einde van de Koude Oorlog was de Ripperdakazerne in Haarlem. Het betrof hier een eind 19e eeuwse, monumentale kazerne van het lineaire type met talloze bijgebouwen. Die waren deels zo oud als de kazerne, maar ook van een veel jonger datum. Gelegen in Haarlem Noord op loopafstand van het station lag de kazerne op waardevolle grond. De eerste plannen waren voor totale sloop. Alleen een één-tweetje van de kazernecommandant en de burgemeester van Haarlem voorkwam dit. Gespaard werden het hoofdgebouw en voormalige stallen/garages en manéges, de oorspronkelijke 19e eeuwse kazerne. Jongere gebouwen werden gesloopt.
Dit voorbeeld laat zien hoe toevallig het is dat wat nu monumentstatus heeft, net zo makkelijk gesloopt hadden kunnen worden.

Wat zijn de criteria voor het toekennen van (rijks-)monumentstatus? Immers niet alles kan bewaard worden, maar hoe bepaal je wat waardevol is om het dan wel te beschermen? Om een erkende status te krijgen als rijksmonument moet het minstens 50 jaar oud zijn, van algemeen belang zijn, wegens schoonheid of van betekenis zijn voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde hebben.
Dit is nog vrij algemeen en wordt verder aangevuld met criteria als bouwstijl en de gebruikte bouwtechniek. Voor kazernes, maar ook andere objecten, wordt een selectie gemaakt van wat beschermenswaardig is waarbij verder gekeken wordt naar stedenbouwkundige- en ensemblewaarde, gaafheid, herkenbaarheid en zeldzaamheid.
Aan de hand van deze criteria is het verklaarbaar dat monumentaal ogende gebouwen die elders ook voorkomen gesloopt worden en onopvallende gebouwtjes gespaard.
Als er aan een kazerne of delen ervan  geen rijksmonumentstatus is verleend door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, ligt het aan de betreffende gemeente of provincie hoe waardevol zij dit complex achten en hoe ze dit willen beschermen. Dit kan door het toekennen van de status als gemeentemonument of provinciaal monument, of door een slag om de arm te houden door (een deel van de) gebouwen de status van karakteristiek pand te geven. Een gebouw met deze laatste status kan gespaard worden maar ook als het moeilijk inpasbaar is in de herbestemming van het geheel alsnog gesloopt.

Als er geen monumentstatus is verleend is volledig slopen economisch gezien vaak het verstandigst. Bij sloop zijn er tevens geen belemmeringen meer voor een geheel nieuw ontwerp dat ook sneller gerealiseerd kan worden. Herbestemming geeft echter de mogelijkheid een tastbare herinnering te bewaren en bovendien hebben oude gebouwen vaak een kwaliteit die met nieuwbouw dikwijls niet te behalen is. Ook projectontwikkelaars hebben dat onderkend en ontdekt dat veel kazernegebouwen goed te herontwikkelen zijn als woningen/appartementen en, zeker in economisch goede tijden, makkelijk te verkopen. Een deel van het koperspubliek valt op wonen in een gebouw met historie. Tevens geldt hoe dichter complexen als kazernes, maar ook industrieel erfgoed, tegen de stadsrand aanliggen of zelfs er binnen hoe geliefder ze zijn voor herbestemming. De locatie is bepalend voor het exploitatieresultaat.

Herbestemming, een zaak van lange adem

De ingang van de leegstaande Kolonel Palmkazerne
 

Voordat een hoogwaardigheids-bekleder het lint doorgeknipt ter ere van de plechtige opening, is er vaak een flinke tijd verstreken nadat de oorspronkelijke gebruiker de deur voor het laatst achter zich dicht trok. Kazernecomplexen zijn net als industrieel erfgoed van een andere orde dan een losstaand gebouw ergens in de binnenstad.
Het duurt vaak jaren voordat er een nieuwe bestemming gevonden is voor een leegstaande kazerne, dit is eerder regel dan uitzondering. Leegstand, maar ook de periode daarvoor, is de fase waarin men plannen ontwikkelt en financiering zoekt. In deze fase wordt een kazerne meestal beschermd tegen vandalisme door tijdelijke bewoners, vaak een anti-kraakwacht.

Er zijn allerlei fasemodellen ontwikkeld om planmatig herbestemmingen te kunnen uitvoeren, ze beslaan alle de periode na het verlaten van een object door de laatste gebruiker tot en met de oplevering na de uitgevoerde herbestemming. In deze modellen wordt geïnventariseerd wat de mogelijkheden en moeilijkheden zijn. Er wordt gekeken naar wat bewaard kan worden, en moet worden ingeval van monumentstatus, en dit wordt onderworpen aan een bouwtechnische evaluatie. Wat is de staat van deze gebouwen, zo zijn betonnen gebouwen met betonrot lastige kandidaten voor hergebruik.
Er wordt kritisch gekeken naar de te verwachte kosten. Achterstallig onderhoud kan kostenverhogend werken en de monumentstatus vormt soms ook een probleem. Meestal wil men het gevelbeeld behouden in combinatie met architectonische details. Dit levert meestal geen moeilijkheden op maar dat wordt anders als er restricties aan de binnenkant gesteld worden of als er specifieke materialen voorgeschreven worden, dit kan kostenopdrijvend werken. De aanwezigheid van asbest en/of bodemvervuiling kan voor onverwachte verrassingen zorgen.
Vast onderdeel van een fasemodel is de analyse van de stedebouwkundige opzet van de omgeving. Bij de analyse hiervan kijkt men ondermeer naar de in de toekomst te verwachten parkeer- en verkeersproblemen.
Aan de hand van deze analyses worden plannen ontworpen. Soms in de vorm van een wedstrijd waaraan verrassend veel verschillende bureaus kunnen deelnemen. Voor de herbestemming van de Constant de Rebequekazerne in Eindhoven werden maar liefst 70 plannen ingezonden.

Herbestemming is ook een economisch proces en kan duurder uitvallen dan sloop en nieuwbouw. Er moet een balans gevonden worden tussen investeren en ‘incasseren‘. Ideeën  worden niet alleen getoetst op technische- en cultuurhistorische haalbaarheid, maar ook op financiële- en economische-. Marktonderzoek speelt hierbij een belangrijke rol.
Bij het hele proces zijn veel verschillende bedrijven en instanties betrokken, omwonenden worden ook als partij hierin gezien. Niet iedereen in dit proces heeft dezelfde belangen en onderlinge afstemming vraagt geduld. Dan nog hoeft dit niet tot het gewenste resultaat te leiden waarna marktpartijen zich alsnog terug kunnen trekken en men weer terug is bij stap 1.

Herbestemming gerealiseerd, maar ook geslaagd?

Het terrein van de voormalige Chassékazerne
 

De meer dan 40 op deze website voorkomende kazernes kennen een verscheidenheid van herbestem-mingen. Al genoemd zijn: wonen, bedrijventerrein, natuurterrein en asielzoekerscentrum. Maar ook zijn twee kazernes verbouwd tot winkelcentra, twee zijn er gevangenis geworden en een ander een gesloten jeugdinrichting. Ook een herbestemming als opleidings-instituut is populair, legeringskamers zijn qua grootte zeer geschikt als leslokaal. De meest voorkomende herbestemming is wonen, eventueel met gebruik van sommige kazernegebouwen in een andere functie. Voorbeelden hiervan zijn het gebruik van het hoofdgebouw van de Chassékazerne (Breda) als museum en het hoofdgebouw van de Cort Heijligerskazerne (Bergen op Zoom) als medisch centrum. Op de als winkelcomplex hergebruikte Boreelkazerne (Deventer) zijn ook woningen gerealiseerd.

Wat is nu geslaagd als herbestemming en wat niet? Een voormalig onderofficier die op de Chassékazerne gediend had was van walging over de nieuwe opzet met grote woongebouwen en vrijwel totale sloop van alles wat hem vertrouwd was, al snel weer weg gegaan. De plaatselijke postbode vond het weer wel mooi en allerlei (vak-)publicaties laten zich lovend uit. Maar wat zijn behalve de gevoelens van nostalgie en een idee van wel mooi de meetlatten waarmee een herbestemming beoordeeld kan worden en in het bijzonder die van een kazerne?
In de literatuur over herbestemming  zijn diverse criteria te vinden:

  1. Past de nieuwe bestemming bij het gebouw/complex.
  2. Handhaving van architectonische waarden.
  3. Handhaving van de cultuurhistorische waarden.
  4. De relatie met de directe omgeving, hoe past het hierin.
  5. Economische waarde, genereert de nieuwe bestemming voldoende inkomsten.
  6. Handhaving van de ensemblewaarde.
  7. Emotionele- of herinneringswaarde.

Punt 6 is het echte pijnpunt voor herbestemde kazernes. Een kazerne is een geheel van gebouwen die in relatie met elkaar staan. Alleen de krenten uit de pap pikken door de monumentale gebouwen te hergebruiken en de rest te slopen, verstoort de samenhang en laat de resterende gebouwen verweesd achter tussen nieuwe bebouwing. Alleen te midden van andere originele gebouwen behouden zij hun betekenis. Dit is vooral het geval bij kazernes die volgens het paviljoensysteem gebouwd zijn. Het betekent niet dat alles gespaard moet worden.
Punt 7 is wat de hierboven vermelde onderofficier bij de Chassékazerne bedoelde, wat voor gevoel roept een herbestemde kazerne op bij iemand die er gewoond en gewerkt heeft, maar ook bij omwonenden waarvoor het een gewaardeerd onderdeel van hun omgeving was. Vaak is de dreiging van sloop juist voor omwonenden aanleiding om gebouwen hiervoor te behoeden.

Een aantal voormalige kazernes nader bekeken en beoordeeld op de zeven boven genoemde criteria

 

De Adolf van Nassaukazerne in Zuidlaren was een kazerne uit 1938 en opgezet volgens het paviljoensysteem. Op het hoofdgebouw na, waarin nu kleinere dienstverlenende bedrijven zitten, afgebroken ten bate van woningbouw.




  1. De nieuwe bestemming van het hoofdgebouw past bij het militaire multifunctionele hoofdgebouw waarin ondermeer burelen waren. Wonen is geen vreemde bestemming voor de vrijgekomen ruimte waar o.a. vier legeringsgebouwen stonden.
  2. Door verregaande afbraak resteert alleen de architectonische waarde van het hoofdgebouw dat qua uiterlijk nagenoeg ongewijzigd is.
  3. De sloop leidt tot aantasting van de cultuurhistorisch waarde.
  4. De nieuwe opzet past in de omgeving die uit woonwijken bestaat.
  5. Vermoedelijk voldoende economische waarde, er is  geen zichtbare leegstand in hoofdgebouw. Geen grote hoeveelheden Te Koop-bordjes in de woonwijk.
  6. Van de ensemblewaarde is niets over, één gebouw kan geen ensemble vormen.
  7. Met het resterende gebouw als facade is het straatbeeld redelijk intact, waarschijnlijk voldoende voor omwonenden. Voormalige gebruikers zullen hier mogelijk anders over denken.

Conclusie: aardig maar onopvallend woonwijkje dat qua bouwstijl niet aansluit bij het hoofdgebouw, dit laatste wordt waarschijnlijk succesvol geëxploiteerd. Er is een te grote aantasting van architectonische- en cultuurhistorische waarden en een volkomen teloorgang van de ensemblewaarde om deze herbestemming geslaagd te kunnen noemen.

 

De Willem Georg Frederik-kazerne te Harderwijk wordt tegenwoordig gebruikt voor vooral praktische opleidingen in weg-en waterbouw en woningbouw. De monumentale gebouwen zijn gespaard en worden hergebruikt voor ondermeer onderwijs, logies en bedrijven. Een flink deel van het terrein is heringericht voor gebruik van zware machines.


  1. De nieuwe bestemming , opleidingen en huisvesting, past goed bij het complex en sluit nauw aan bij die van de vorige gebruiker.
  2. De architectonische waarde is intact, er is nieuwbouw verrezen die geen afbreuk doet en de gevel-beelden zijn nagenoeg onaangetast.
  3. De cultuurhistorische waarde is bewaard..
  4. De herbestemming past in de omgeving.
  5. Vermoedelijk voldoende economische waarde, de huidige gebruiker is tevreden en zou zelfs meer aangrenzende grond willen kopen van Defensie.
  6. De ensemblewaarde is onaangetast.
  7. Het complex heeft zelfs nog kazernesfeer wat zeer ongebruikelijk is bij herbestemde kazernes. Er valt veel te herkennen voor oud-gebruikers.

Conclusie: geslaagde herbestemming, vooral door goed passende nieuwe activiteiten en het slim gebruik van bestaande gebouwen.
Ook andere tot opleidingsinstituut herontwikkelde kazernes zijn over het algemeen goed geslaagde herbestemmingen.

 

De Boreelkazerne in Deventer. Na jaren leegstand en verwaarlozing is deze kazerne daterend uit 1847 gesloopt op het hoofdgebouw in neo-romaanse bouwstijl na.
De vrijgekomen ruimte is herontwikkeld tot lifestyle center met wonen, winkelen en amusement. Het hoofdgebouw wordt in 2011 opgeleverd na een forse verbouwing die het geschikt maakt voor winkels en (dienstverlenende) bedrijven.

  1. De nieuwe activiteiten zoals winkelen en amusement sluiten niet aan bij het vorige gebruik.
  2. Door sloop resteert alleen de architectonische waarde van het hoofdgebouw. Dit blijft uiterlijk zoveel mogelijk origineel, het interieur wordt wel drastisch aangepakt.
  3. De cultuurhistorische waarde is door teloorgang van de overige bebouwing sterk aangetast.
  4. De herbestemming past slecht in de omgeving. Winkeliers uit de omgeving hebben voor realisatie tevergeefs geprotesteerd tegen in hun ogen oneerlijke concurrentie. Het uiterlijk van de nieuwbouw met zijn vele grote reclame-uitingen (zie ook de zwartwit illustratie bovenaan deze pagina) is een aanfluiting en past slecht zo dicht tegen de historische binnenstad aan. De nieuwbouw past ook slecht bij de stijl van het hoofdgebouw, de dakhoogtes van oud en nieuw zijn wel min of meer gelijk.
  5. Over succesvolle exploitatie is geen uitspraak te doen. Wel heeft men jaren gewacht met de laatste activiteit, de herontwikkeling van het hoofdgebouw, waarvoor men maar moeizaam nieuwe gebruikers kon vinden.
  6. Handhaving van ensemblewaarde. Het betrof hier geen kazerne volgens het paviljoensysteem maar één waar in de loop der jaren gebouwen aan toegevoegd werden, maar ook weer verdwenen. Echter door totale sloop van de overige gebouwen staat het hoofdgebouw nu als een vreemde eend in de bijt naast lelijke nieuwbouw.
  7. Hier kan geen enkele (oud) militair die de kazerne kende in beter jaren gelukkig mee zijn.

Conclusie: mislukte herbestemming die het restant van de kazerne, dat alleen is blijven staan als gevolg van de monumentstatus, geen recht doet.
Ook de als outletcenter herontwikkelde Ernst Casimirkazerne in Roermond is als herbestemming mislukt te noemen. Beter was het geweest als deze beide kazernes helemaal afgebroken waren in plaats van deze treurige vertoningen.

Tot slot

Kazernecomplexen zijn door hun grootte moeilijke kandidaten voor herbestemming, of er nu monumentstatus is of niet. Veel hangt af  van hun locatie maar zelfs als die optimaal is, zoals bij de dicht tegen de binnenstad van Deventer aan gelegen Boreelkazerne, dan nog kan het jaren duren voor er een “passende” herbestemming gevonden is. Niet alle herbestemmingen zijn succesvol te noemen, al moet erkend worden dat de beoordeling ook afhangt van de positie van de beoordelaar. Een projectontwikkelaar heeft nu een keer een ander uitgangspunt dan een buurtbewoner of iemand die het geheel door een cultuurhistorische bril bekijkt.

Voor een kazerne geldt dat een herbestemming als asielzoekerscentrum het beste is, uit het oogpunt van haast volledig behoud, wat hem kan overkomen. Ook herbestemming als opleidingsinstituut levert behoud op een herkenbare manier. Dit geldt meestal ook voor een nieuwe functie als woningbouw. Een kazerne herontwikkelen tot winkelcentrum is vanuit het oogpunt van herinneringswaarde een absolute afknapper, net zo groot als volledige sloop. Maar niet alles valt te bewaren en (gedeeltelijke) afbraak is niet altijd te vermijden. Niet vergeten moet worden dat de oorspronkelijke eigenaar, Defensie, in veel gevallen ook weinig zachtzinnig omspringt met haar eigen vastgoed. In de loop der jaren zijn er prachtige gebouwen op kazerneterreinen gesloopt om plaats te maken voor nieuwbouw met maar weinig esthetische kwaliteiten.

Frank Oosterboer, augustus 2010.

Deze pagina kan samen met de andere pagina's uit Achtergronden en Architectuur als pdf, getiteld Kazernebouw in Nederland, hier gedownload worden.