Generaal-majoor Berghuijskazerne, Zuidsingel, Middelburg


Huidige toestand

De kazerne op de hoek van de Korte Noordstraat en Zuidsingel werd in 2002 gesloopt. Na de sloop ontvouwde zich er een ware klucht. Op de vrijgekomen plek had het A-Theather gebouwd zullen worden. Maar vanwege lekkages in de wanden van de bouwput en verzakkingen van de rondom liggende woningen, werd het project uiteindelijk gestopt. Een nieuwe bestemming voor de grond werd gevonden: woningen, 58 appartementen en 20 eengezinswoningen met onderliggende tweelaags parkeergarage. Maar ook hier zit het niet mee, de crisis op de huizenmarkt gooit roet in het eten. De projectontwikkelaar wil de bouw pas starten als er 60 tot 70% van de woningen verkocht is. Waar eens de kazerne stond ligt nu een met hekken omgeven betonnen bouwput met hierin een laag groen water. De lesgebouwen en sportzaal aan het Molenwater hebben een nieuwe bestemming gekregen en worden heden ten dage voor kinderdagopvang gebruikt.

Geschiedenis

In de tweede helft van de 16 eeuw bevond zich op het terrein van de latere kazerne een armenschool, die later gebruikt werd als armenweeshuis. Dit werd in 1613 verbouwd tot oude mannen– en vrouwenhuis. In de loop der tijd werden er enkele woningen bijgebouwd. In 1809 werd dit geheel in dienst genomen als kazerne, om in 1848 gesloopt te worden en plaats te maken voor nieuwe kazernegebouwen. De kazerne was van 1809 tot 1933 in gebruik bij de infanterie. Talloze regimentsonderdelen waren er vaak maar korte tijd gelegerd, soms ter sterkte van een bataljon. De enige constante in dit verhaal is dat de hoofdmacht van het regiment, meerdere bataljons en staf, gelegerd was in het nabij gelegen Vlissingen. Met de legering van een bataljon, 500 tot 600 man moet de kazerne werkelijk propvol geweest zijn.

De kazerne, die tot aan de naamgeving in 1953 bekend stond als Kazerne aan de Korte Noordstraat, lag ingeklemd tussen de Korte Noordstraat en de Koningsstraat, met aan weerszijde burgerbebouwing, klik hier voor een plattegrond. De infanterie vertrok in 1933 uit Middelburg. De stad wilde graag een garnizoen houden en was dan ook blij met de komst van de School voor Dienstplichtig Onderofficieren Administrateur (SDOA) die in datzelfde jaar vanuit Breda kwam. De kleine kazerne werd in 1938 uitgebreid met nieuwbouw, maar deze werd door gebrek aan ruimte buiten het kazerneterrein gerealiseerd. Op een steenworp afstand aan het Molenwater werd een lesgebouw neergezet.

xDe kazerne na 1962, voor een vergroting, klik hier
 

In de oorlogsjaren zal de kazerne ongetwijfeld gebruikt zijn door de bezetter, maar onbekend is wat voor krijgsmacht-delen en eenheden. Na de oorlog werden er Canadese militairen ondergebracht. In 1945 werd door brand het gebouw aan de Korte Noordstraat verwoest. Er herrees een nieuw gebouw dat in december 1949 geopend werd. Niet langer was nu de hoofdingang aan de Korte Noordstraat, maar aan de Koningstraat. De wens werd uitgesproken om de kazerne drastisch te verbeteren. De kleine gebouwtjes op de binnenplaats waren een sta in de weg en de legeringscapaciteit was onvoldoende. Om uitbreiding mogelijk te maken aan de Zuidsingel werden er in de loop der jaren winkels en woningen aangekocht, die moesten wijken voor de nieuwbouw met poort. Deze werd in 1962 in gebruik genomen samen met een extra lesgebouw en een sportzaal aan het Molenwater.

Na het vertrek van de Canadezen en het nodige herstelwerk kwam in 1948 een deel van de opleidingen voor militaire administratie terug naar Middelburg. In januari 1948 als eerste uit Kampen de 2e en 3e Compagnie van de Centrale Opleidingsschool voor Administratief Kader (COAK), later dat jaar volgden de overige delen van het 1e COAK, het 2e COAK bleef in Kampen waar toen uitsluitend beroepsmilitairen opgeleid werden. Middelburg zou op den duur wel alle opleidingen voor de militaire administratie huisvesten, voor zowel beroeps als dienstplichtigen, van korporaal-schrijver tot officier. De uitbreiding van 1962 maakte dit mogelijk, de capaciteit van de kazerne ging omhoog van 150 man tot 600. Met zijn vierentwintigen, soms zelfs met 36 man op een slaapzaal liggen was niet langer noodzakelijk.
Het COAK werd in 1968 omgedoopt in Opleidings Centrum Militaire Administratie (OCMA) en zou tot 1996 in Middelburg blijven. De landmacht die ten gevolge van het verdwijnen van dienstplichtigen uit de organisatie sterk kromp, bracht de administratieve opleidingen samen met die voor logistiek onder op de Kolonel Palmkazerne in Bussum. De Berghuijskazerne was niet langer nodig en werd afgestoten.

In 2001 viel in de gemeenteraad het besluit om de kazerne af te breken en op de vrijgekomen ruimte een theater met parkeergarage te bouwen. De problemen begonnen al met de sloop, buurtbewoners klaagden over de overlast die dit gaf. Een grote, diepe bouwput werd daarna uitgegraven en de wanden gestabiliseerd met damwanden. Die lekten echter en de grond erachter spoelde de bouwput in. De huizen om de bouwput begonnen te verzakken en begin 2005 moesten bewoners van de vlak naast de bouwput gelegen huizen in allerijl hun woningen verlaten. De aannemer zou er niet in slagen de put te stabiliseren en de gemeente Middelburg zat met de handen in het haar. Stilleggen vond men (nog) geen optie ondanks de oproepen van de omwonenden, er was al 25 miljoen euro uitgegeven. Toch gebeurde dit en noodgedwongen koos men een ander optie. Na vier jaar wikken en wegen werd besloten om het terrein te bebouwen met woningen. De plannen werden begin 2009 gepresenteerd. Op de plaats van het vroegere hoofdgebouw met poort zal een nagenoeg gelijk bouwvolume verrijzen. De ruimte achter dit appartementengebouw wordt een pleintje deels op de plek van de vroegere binnenplaats.

De naamgever

 

Gerrit Berghuijs werd geboren in Kampen op 10 mei 1884. In deze plaats kon men ook een andere route naar het officierschap volgen dan die via het KMA; Kampen huisvestte het Instructie Bataljon. Op vijftienjarige leeftijd trad Berghuis toe tot deze opleiding. Zes jaar later werd hij overgeplaatst naar het 8e Infanterieregiment in de rang van sergeant. Wat voor cursussen Berghuijs precies volgde is onbekend, maar Kampen huisvestte al langere tijd een opleiding voor administratie. In 1907 werd hij benoemd tot 2e luitenant-kwartiermeester bij het 3e Regiment Vestingartillerie. Diverse overplaatsingen volgden, promotie verliep aanmerkelijk langzamer. Berghuijs zijn carrière kwam goed op gang met zijn benoeming tot de eerste commandant van de school voor het administratief kader. Deze functie behield hij tot hij bevorderd werd tot kolonel op 1 juli 1939 en benoemd werd tot Inspecteur der Militaire Administratie. Na de nederlaag in mei 1940 werd de Landmacht opgeheven en Berghuijs kreeg eervol ontslag. In 1942 verbleef hij korte tijd in Duitse krijgsgevangenschap. Na de oorlog werd het ontslag van vijf jaar eerder ingetrokken, Berghuijs werd benoemd tot generaal-majoor en herbenoemd tot Inspecteur der Militaire Administratie. Hij maakte zich verdienstelijk bij de heroprichting en reorganisatie van het dienstvak der militaire administratie, de Militaire Spectator omschreef dit als zijn levenswerk. Op 1 september 1948 werd hem eervol ontslag verleend. Berghuijs overleed vijf jaar later op 5 april 1953 te Apeldoorn.

Overig

De kazerne is in de loop van zijn bestaan meermalen aangepast door sloop en nieuwbouw in de bouwstijlen die toen gebruikelijk waren. Toen de kazerne in 2002 gesloopt werd was het legeringsgebouw met zijn roodbruine baksteen en zadeldak parallel aan de Koningsstraat het oudste deel van de kazerne. Het gebouw was niet meer in zijn oorspronkelijke staat maar in 1938 aangepast en het interieur gemoderniseerd. De bouwstijl kan als neo-renaissance beschreven worden. De stijl van het hoofdgebouw uit 1962 met poort was die van het Nieuwe Bouwen (functionalisme).Het oudste lesgebouw aan het Molenwater uit 1938 is in de stijl van het zakelijk-expressionisme en de ontwerper lijkt sterk geïnspireerd te zijn door de Bergansiuskazerne in Ede. De laatste uitbreiding aan het Molenwater sluit in volume, vorm en gebruikte materialen hierbij aan met accenten van het Nieuwe Bouwen.