Generaal de Bonskazerne, Generaal de Bonsweg, Grave


Huidige toestand

Na de afstoting door Defensie werd de Generaal de Bonskazerne in twee delen gesplitst. Het oudste, noordelijke deel van de kazerne uit 1938-1939 werd overgedaan aan het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA), dat er het asielzoekersventrum Grave (AZC Grave) vestigde. Het zuidelijke, bedrijfsmatige deel van de kazerne werd herbestemd tot bedrijvenpark De Bons. De garages van de kazerne op dit deel werden in gebruik genomen als gemeentewerf. Andere gebouwen werden verwijderd, of kwamen leeg te staan.
Het COA wilde na enige tijd, ondermeer door hoge exploitatiekosten, van de kazerne af en aan de oostzijde van het terrein werd een nieuw AZC gebouwd, dat in 2016 in gebruik werd genomen. Een nieuwe afsplitsing van de kazerne volgde doordat het COA het legeringsgebouw linksachter behield en verbouwde. De kazerne, nu met een gebouw minder, ging over in handen van BOEi, een onderneming die zich zonder winstoogmerk richt op het restaureren en herbestemmen van erfgoed.
BOEi wilde in 2016 de kazerne op “een recreatieve manier weer onder de wapenen brengen.” Het complex moest een karakteristiek centrum voor evenementen, beurzen, congressen en overnachtingen worden en de thuisbasis vormen voor het Munitiemuseum De Bons. In samenwerking met dit museum zou het terrein worden aangekleed zodat de bezoekers de vroegere militaire sfeer zouden kunnen ervaren. Zeven gebouwen op het kazerneterrein zouden worden verhuurd aan ondernemers.
De werkelijkheid was weerbarstig: er volgde vijf jaar leegstand en het Munitiemuseum bleek onhaalbaar. Anno 2021 wordt aan een groot deel van de gebouwen onderhoud gepleegd en zijn er nieuwe plannen ontwikkeld om ruimten op de kazerne aan ondernemers te verhuren. Hierbij wordt ook gedacht aan startups, kunstenaars en horeca.

Geschiedenis

Grave was van oudsher een garnizoensstad geweest en wilde in 1938 deze status graag weer herstellen. Voor de vestiging van de Generaal de Bonskazerne kocht Grave het Kouwenoords Veld op. De bouw startte in juli dat jaar, het eerste legeringsgebouw was gereed in februari 1939 en werd direct betrokken. Vanwege de oplopende spanningen in Europa en het bezetten van de oorlogslocaties door de landmacht wisselde de bezetting van de kazerne regelmatig. Zo verbleef er onder andere het 14e Regiment Infanterie.

Na de Duitse inval op 10 mei 1940 en het op dezelfde dag doorbreken van de Peel-Raamstelling, waren er geen Nederlandse militairen meer aanwezig in Grave. Het stadje dat door de bevolking verlaten was en de kazerne werden door de Duitsers bezet. Gedurende de bezettingsjaren waren er eenheden van de Kriegsmarine op de kazerne gelegerd en in 1944 eenheden van de Wehrmacht. Grave werd op 17 september 1944, de eerste dag van operatie Market-Garden, door de Amerikanen bevrijd. Gedurende de rest van de oorlog en de periode erna tot hun repatriëring werden er Engelse en vooral Canadese militairen op de kazerne gelegerd. De Canadese generaal Crerar verplaatste zijn hoofdkwartier ernaar toe.

 
 
bureelgebouw

In 1945 nam de landmacht geleidelijk aan weer bezit van de kazerne om er troepen voor de inzet in Nederland-Indië op te leiden. Deze militairen werden opgeleid om een van de geallieerden overgenomen mobiele bad- en wasserij-inrichting te kunnen bedienen. Deze zogenaamde mowaba’s werden in verschillende verzorgingsgebieden in Indië ingezet. Ook andersoortige troepen gebruikten voor korte tijd de kazerne, zoals een compagnie ten bate van de uitgifte van goederen en de 5e compagnie Gezagstroepen. In 1947 werd er het 10e Regiment Infanterie opgeleid en in 1948 afgelost door het 1e Instructie Bataljon Aan- en Afvoertroepen. Ook zij werden uitgezonden naar de Oost.

Van 1950 tot 1953 verbleef er het Regiment Zware Infanterie Chassé dat opleidingen voor mitrailleur en pantserafweergeschut verzorgde. Vanaf 1953 waren 123 Zware Transportcie en het jaar erna 124 Zware Transportcie op de kazerne gelegerd. Een veel grotere bewoner was het bataljon Stoottroepen, dat vanaf 1957 verder door het leven ging als 15e Bataljon Infanterie Stoottroepen. De Stoottroepers hadden een bok als mascotte, Kees de Bok genaamd, die tijdens een oefening in La Courtine (F) ontvoerd werd door de cavalerie en geheel in de blanco gezet. Vanwege zijn 'desertie' werd Kees daarna gedegradeerd tot dienstplichtig huzaar.

Toen de stoottroepen in 1960 de kazerne verlieten was die op de aanwezigheid van het 11e Technische Dienstbataljon en de 11e Intendancecie nagenoeg leeg. Met de vestiging in 1961 van het Depot Technische Troepen dat iedere twee maanden zo’n 400 dienstplichtigen een algemene militaire opleiding gaf, was de leegstand weer voorbij. Een reorganisatie zorgde ervoor dat in 1967 de kazerne op 44 Herstelcie na, weer nagenoeg leegstond en in Grave vreesde men dat de kazerne afgestoten zou worden. Zover kwam het niet want nog datzelfde jaar kwam de 12e Afdeling Veldartillerie die er tot in 1978 zouden blijven. De kazerne werd tijdens hun verblijf grondig opgeknapt en er kwam een nieuw onderhoudsgebouw. Na het vertrek van de artillerie zou de De Bonskazerne gebuikt worden door een compagnie van de Rijschool Venlo voor de opleiding van chauffeurs voor 3- en 4-tonner. In 1982 werd het Opleidingscentrum voor didactiek en militair leiderschap (OCDML) op de kazerne gevestigd. Het OCDML zou tot 1996 in Grave blijven en verzorgde cursussen zoals de Basiscursus Militair Instructeur Algemeen en de cursus Hogere Opleidingsfunctionaris.

De Technische Dienst verliet met 44 Herstelcie in 1984 definitief de kazerne en hun plaats werd in 1986 ingenomen door 829/832 Zware Transportcie. Deze eenheid werd omgedoopt in 111 Gemengde Zware Transportcie. De eenheid met wie zij in oorlogstijd moest samenwerken, 102 Aanvullingsplaatsbataljon, kwam in 1991 naar Grave. De Aan- en Afvoertroepen zouden begin jaren ’90 ingezet worden in het steeds verder uit de hand lopende conflict in Bosnië.
De Koude Oorlog was echter afgelopen en de noodzaak voor een groot (dienstplichtig) leger verviel. De landmacht kromp en veel kazernes werden overbodig. In 1994 viel het besluit de Generaal de Bonskazerne af te stoten, redenen waren het gebrek aan een naastgelegen oefenterrein en de slechte bereikbaarheid ten opzichte van andere kandidaten voor sluiting. In de loop van 1996 verlieten steeds meer eenheden de kazerne. De laatste eenheid was 160 Zware Transportcie die in april 1997 naar Nunspeet vertrok. De leeggekomen kazerne werd een asielzoekerscentrum en de eerste 140 nieuwe bewoners kwamen in september dat jaar.

De naamgever

 

Andreas de Bons werd in 1720 in Breda geboren waar zijn vader burgemeester was. Op 15-jarige leeftijd ging hij in militaire dienst en kreeg in 1737 een aanstelling als vaandrig in het Regiment van Kinschot. In dit regiment doorliep de Bons alle rangen. De Bons was rond 1780 in de rang van groot-majoor commandant van de vestingstad Grave. In 1791 werd de Bons kolonel-eigenaar van zijn regiment, nadat hij het jaar ervoor op persoonlijke titel tot generaal-majoor bevorderd was.
In 1794 werd de Bons, inmiddels 74 jaar oud, verantwoordelijk voor de verdediging van Grave tijdens de Franse inval. Na enkele korte en weer afgebroken belegeringen door Franse troepen, werd eind dat jaar de definitieve belegering ingezet. Na een belegering van twee maanden moest de stad capituleren; zij was door aanhoudende Franse beschietingen in puin was geschoten, er waren vele zieken en de voedselvoorraad was op. De troepen van de Bons werden krijgsgevangen genomen en afgemarcheerd naar Frankrijk. De Bons zelf mocht in Nederland blijven en naar Den Haag afreizen. Daar werd hem lof toegezwaaid door Stadhouder Willem V en de Staten Generaal. Generaal de Bons overleed op 15 november 1800 in Heumen.

Overig

De Generaal de Bonskazerne is een standaardkazerne ontworpen in 1937 door de genie onder leiding van kapitein A.G. Boost. De kazerne was bedoeld voor twee bataljons infanterie en een regimentsstaf. Van dit type zijn in totaal vier kazernes gebouwd,waarvan slechts twee, waaronder de De Bonskazerne, volgens de vooroorlogse plannen werden voltooid.
In de loop der jaren zouden er aanpassingen aan de legeringsgebouwen plaatsvinden die de uiteindelijke legeringscapaciteit met de helft zouden verminderen. Ook werd de bebouwing na de Tweede Wereldoorlog uitgebreid. Aan het keuken/ketelhuisgebouw werd een eetzaal gebouwd, er kwam een sporthal en een kantine. In dezelfde stijl zijn er ook werkplaatsen op het terrein bijgebouwd. Het officiers- en onderofficiershotel zijn eveneens naoorlogse toevoegingen.