Havenkazerne, Kazerneplein 4, Schoonhoven


Huidige toestand

De U-vormige kazerne is gesplitst in twee hoofdgedeelten. In de van voren gezien rechterpoot (de zuidvleugel) is het Zilvermuseum gevestigd, de linkerpoot en het gedeelte tussen deze beide delen bevatten appartementen. In het korte tussenstuk is op de begane grond een kapsalon gevestigd. Hier is tevens een voor iedereen toegankelijke doorsteek naar de achterzijde van de kazerne gemaakt.

Geschiedenis

Op 15 mei 1862 berichtte het Ministerie van Oorlog (MvO) de gemeente Schoonhoven dat de Artillerie Instructie Compagnie in het stadje zou worden gevestigd. Schoonhoven wilde graag garnizoensstad worden en was zeer ingenomen met dit nieuws. Daartoe zou men wel een kazerne moeten bekostigen.
De genie maakte een plan en begroting, maar de kosten vielen niet mee. Een tweede begroting werd opgesteld en geaccepteerd. De aanbesteding van de bouwwerkzaamheden werd gegund aan Anthony Oudijk uit Gouda, die met een bouwsom van Fl 41.825,- de goedkoopste was.

 
 

Een voormalig arsenaal werd deels afgebroken, verhoogd met een derde verdieping en er verrezen twee nieuwe vleugels die gekoppeld met deze bebouwing een U-vormige kazerne opleverde die met zijn open zijde naar de Oude Haven gericht staat. De kazerne werd in 1863 betrokken door wat jarenlang de opleiding zou zijn voor onderofficieren bij de vestingartillerie. De Artillerie Instructie Compagnie was de 14e Compagnie van het 2e Regiment Vestingartillerie en werd in 1885 omgedoopt in Zelfstandige Artillerie Instructie Compagnie. Het lessenpakket bestond naast het theoretisch en praktisch onderricht in het exercitie- en dienstreglement, uit lessen in lezen, schrijven, de Nederlandse taal en het maken van rapporten, de compagniesadministratie, rekenen en geschiedenis en aardrijkskunde van Nederland. De verstandhouding tussen Schoonhoven en zijn militairen was uitstekend, het 25-jarig bestaan van de Instructie Compagnie in 1888 werd op grootse wijze gevierd.

 
 

Met de mobilisatie op 1 augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereld-oorlog werd het personeel van de Instructie Compagnie verdeeld over de depots van de vestingartillerie. De kazerne werd daarna in gebruik genomen door het Depot van het 1e Regiment Vestingartillerie. De Instructie Compagnie werd in oktober 1917 heropgericht in Naarden en keerde, nadat het 1e Regiment Vestingartillerie uit Schoonhoven vertrokken was, op 4 april 1919 terug in de kazerne.
Na de Eerste Wereldoorlog werd het leger in diverse rondes sterk gereorganiseerd en ingekrompen. Op 1 september van 1922 ging een nieuwe organisatievorm in en grote delen van het beroepspersoneel werden ontslagen. Schoonhoven ontkwam niet aan de gevolgen van deze reorganisatie, de Instructie Compagnie werd opgeheven en daarmee verloor de stad zijn garnizoen.

De jaren tussen de oorlogen verliepen niet zonder wrijving tussen Schoonhoven en het Ministerie van Oorlog. Er kwamen geen inkomsten meer van het garnizoen, maar de kosten voor de kazerne liepen gewoon door. De verlaten kazerne diende die jaren als opslag voor het leger en pas na enig getouwtrek kreeg Schoonhoven toestemming om enkele jaren gebruik te kunnen maken van de opstallen. Het Schoonhovense gemeentehuis werd gerestaureerd en in 1927 vonden de burgemeester, gemeentesecretaris, enkele gemeentelijke diensten en de politie tijdelijk onderdak in de kazerne. Maar erg goed werden de verhoudingen met het MvO voorlopig niet. Een verzoek in 1929 om de badinrichting van de kazerne ter beschikking te stellen van de burgers van Schoonhoven werd afgewezen.
De kazerne bleef voorlopig zonder vaste bezetting met af en toe een bescheiden gebruik. Een krantenbericht repte van een militaire oefening waarbij de deelnemers een nachtje in de kazerne sliepen en in 1934 werd er een nieuwe lichting dienstplichtigen gekeurd. Pas aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog kreeg Schoonhoven zijn garnizoen terug.
Al voor de mobilisatie in 1939 werd de kazerne weer in gebruik genomen. Dat jaar werden er overal waar maar plaats was in Schoonhoven troepen van de genie en artillerie ondergebracht. Onduidelijk is wie er in de kazerne was gelegerd. Om een nieuwe lichting rekruten van de genie onderdak te kunnen bieden werd aan de Jan Kortlandtstraat een barakkenkamp gebouwd, dat pas na de capitulatie in mei 1940 gereed kwam.

Tijdens de oorlogsjaren kreeg Schoonhoven een Duits garnizoen, onbekend is waaruit deze troepen bestonden. Na de Duitse capitulatie kreeg Schoonhoven eind 1945 weer Nederlandse militairen, een bataljon van de opgeheven Prinses Irenebrigade werd naar de stad overgeplaatst. Lang duurde dit verblijf niet, begin april 1946 kwam het nieuws dat deze eenheid zou vertrekken. Schoonhoven kwam echter niet zonder militairen te zitten. De kazerne zou verder gebruikt worden door het Depot Nazending Nederlands-Indië.

 
   

In het Depot Nazending werd alles op alles gezet om Nederlandse dienstplichtigen die weigerden om te worden uitgezonden naar Nederlands-Indië, alsnog daartoe te bewegen. Deze groep bestond uit principiële weigeraars en uit militairen die niet uitgezonden wilden worden en vlak voor de afreis vaak deserteerden. Voor de behandeling in Schoonhoven maakte dit niet uit. Steeds strenger werd de aanpak met een zwaar oefenprogramma en lange dagen. De frustraties liepen soms hoog op en een keer werd de boel kort en klein geslagen. Vanwege de aantallen weigeraars werden ook de barakken uit 1940 bij het Depot betrokken, dat daardoor ook bekend stond als Kamp Schoonhoven. Alles werd uit de kast getrokken, tot en met bedreigingen met langdurige gevangenisstraffen, om de weigeraars alsnog te 'overtuigen' zich in te schepen. De meesten van hen zouden toegeven.
Met de onafhankelijkheid van Indonesië kwam aan deze episode een eind, het Depot Nazending werd opgeheven en in 1950 kreeg de kazerne zijn laatste militaire gebruiker, het Instructie bataljon Van Heutsz.
Met dit Instructie bataljon (IB) kwam het aantal militairen in Schoonhoven op een man of 600. Er waren vier locaties waar het IB was ondergebracht: de kazerne, het Bastion, en de A-barakken en B-barakken. Oefenen moest grotendeels buiten Schoonhoven gebeuren en ideaal was deze situatie niet. In 1965 werd dan ook besloten dat het IB de kazerne en overig militair onroerend goed in 1966 zou verlaten. In Schoonhoven kwam dit nieuws hard aan. Van Heutsz vertrok en de kazerne, die deels in bouwvallige staat verkeerde en waarvan in 1960 een deel van de noordoosthoek was afgebroken, kwam leeg te staan.

Een krantenbericht uit 1966 vermeldt belangstelling vanuit industriële kringen voor de kazerne en eind dat jaar vestigde zich er een meubelshowroom. In 1973 was er sprake van een offset-en lichtdrukkerij en tevens van een tijdelijk clubhuis. In 1976 en 1977 werd een deel gebruikt door een afdeling van de gemeente Schoonhoven. Veel continuïteit was er niet en de gemeente was dan ook zeer ingenomen toen in 1978 het Nederlands Goud-, Zilver- en Klokkenmuseum dat voordien in Utrecht gevestigd was, het oudste deel van de kazerne, het arsenaal in gebruik nam. Het andere deel van de kazerne begon steeds bouwvalliger te worden, had geen bestemming en in 1981 vroeg de gemeente er een sloopvergunning voor aan. Deze werd geweigerd en in 1983 werd besloten tot renovatie van beide vleugels. Het slechtste deel werd gedeeltelijk afgebroken en in dezelfde stijl herbouwd. Om herbouw mogelijk te maken werd de fundering deels vervangen.
De opdracht tot renovatie, verbouw van de noordvleugel en tussenstuk en wijzigingen in het museumdeel kwam van de gemeente Schoonhoven en de Woningbouwvereniging Schoonhoven. Deze laatste nam daartoe de noordvleugel in eigendom en liet er 19 appartementen inrichten. In het tussenstuk van de U werden drie winkels ingericht en in het museum een koffieshop. Deze situatie bestaat in grote lijnen tot op heden. De opzet van het museum werd in 2010 gewijzigd, de collectie klokken werd afgestoten en de naam veranderd in Nederlands Zilvermuseum Schoonhoven.

Naamgeving

Pas laat in zijn bestaan werd de naam Havenkazerne gebruikt. In krantenpublicaties voor 1940 valt deze naam geen enkele keer. Pas na 1945 wordt deze naam voor het eerst gebruikt. Voor die tijd schrijft men over 'de kazerne' of een enkele keer als Artilleriekazerne. In 1934 kregen achttien kazernes in Nederland een vernoeming naar iemand uit het koninklijk huis met militaire verdienste of naar een belangrijk militair. Het feit dat de Schoonhovense kazerne in die jaren niet of nauwelijks gebruikt werd en er geen militairen gelegerd waren, is waarschijnlijk de oorzaak dat er toen geen naam werd verleend.

Overig

Tot 1870 was het gebruikelijk dat kazernes in Nederland gebouwd werden voor kosten van de stad waar ze verrezen. De argumenten voor een stad om een kazerne te bekostigen waren van economische aard, een garnizoen leverde geld en werkgelegenheid op. Ook Schoonhoven was gevoelig voor deze argumenten en betaalde verbouw en nieuwbouw van de kazerne. Daartoe ging men een lening aan die lang zou lopen. Toen de Instructie Compagnie in 1922 opgeheven werd en de kazerne leeg kwam te staan, waren er geen inkomsten meer voor Schoonhoven, maar nog wel de kosten voor de lening. Dit pakte nadelig uit voor het stadje dat via een gerechtelijke procedure het beheer over de kazerne in eigen hand probeerde te krijgen. Deze procedure tegen het Ministerie van Oorlog werd echter verloren. De verhoudingen met het ministerie waren, ook door andere onenigheden over gebruik, in de jaren tussen 1922 en 1939 bepaald niet warm.