Hojelkazerne, Croeselaan, Utrecht


Huidige toestand

De kazerne is in 1990 in zijn geheel afgebroken om plaats te maken voor uitbreiding van de Jaarbeurs, parkeergarages en kantoorgebouwen. Een bord aan de Croeselaan met daarop de naam van de nieuwbouw, Hojel City Center, vormt de enige aanduiding dat hier ooit iets anders gestaan heeft.

Geschiedenis

In 1815 werd besloten een nieuwe verdedigingslinie te leggen ten oosten van de stad Utrecht. Deze linie die in 1870 gereed kwam werd de Nieuwe Hollandse Waterlinie genoemd. Utrecht dat nu binnen de linie lag werd hiermee een echte garnizoensstad. Voor de legering van troepen werden er gedurende de 19e eeuw vier kazernes aan de rand van Utrecht gebouwd. Ten bate van de vestingartillerie verrees in 1888 de Hojelkazerne aan de Croeselaan, toen nog een landerige laan met bomen. De hoofdbewoner tot 1922 zou het 1e Regiment Vestingartillerie zijn, aanvankelijk met een staf en acht compagniën. Na een reorganisatie in 1913 werd het regiment in vier bataljons gesplitst waarvan er twee op de Hojelkazerne verbleven.

De ingang aan de Croeselaan

 

De vestingartillerie zou in de steeds beweeglijker oorlogsvoering van de twintigste eeuw aan belang inboeten. De uitvinding van het vliegtuig en niet veel later van de militaire mogelijkheden ervan maakte een nieuw soort artillerie noodzakelijk, luchtdoelartillerie. Eenheden hiervan werden in
1922 ondergebracht in het in dat jaar opgerichte Korps Luchtdoelartillerie dat op de Hojelkazerne gelegerd werd. Het bestond uit een staf en de 1e batterij. Later in dat jaar werd het 2e Regiment Vestingartillerie opgeheven en het personeel van drie compagnieën ging over naar de luchtdoelartillerie op de Hojelkazerne. Tot aan de Tweede Wereldoorlog werden er opleidingen voor luchtdoelartillerist op de kazerne gegeven. In 1938 werden de staf en drie batterijen omgenummerd tot 1e Regiment Luchtdoelartillerie. Pas in 1934 kreeg de kazerne, die tot die tijd als Vestingartilleriekazerne door het leven ging, de naam Hojelkazerne.

Kort na de Tweede Wereldoorlog werd de kazerne in gebruik genomen door de verbindingsdienst. In april 1946 werd er het 1e Regiment Verbindingstroepen opgericht. Er werden kortdurende opleidingen gegeven voor o.a. lijnweker, centralist en chauffeur. Begin 1948 werd het Depot Verbindingstroepen in Utrecht opgericht. Alle opleidingen inclusief de kader-en officiersopleidingen werden in Utrecht ondergebracht op de Hojel-, Sypesstein- en Kromhoutkazerne.
In 1948 gaf een sergeant die opgeleid was tot tamboer/klaroenblazer-instructeur de aanzet tot de oprichting tot de drumband van de verbindingsdienst die in korte tijd uitgroeide tot een orkest van soms wel 65 man. De drumband bestond vrijwel totaal uit dienstplichtigen die op de Hojel hun opleiding kregen en moest steeds weer aangevuld worden als zij aan het eind van hun opleiding overgeplaatst werden.
De oprichting van het 2e Regiment Verbindingstroepen einde 1951 in Ede en het vrijkomen van ruimte op de Beeckman- en Stevinkazerne in die plaats, zorgde voor geleidelijke verplaatsing van steeds meer opleidingen van Utrecht naar Ede. In maart 1967 verdween als laatste de monteuropleiding van de Hojelkazerne.

In de jaren ’70 werd er een vreemde eend in de bijt gevestigd. De in 1966 opgerichte soldatenvakbond VVDM (Vereniging van Dienstplichtig Militairen) kreeg faciliteiten aangeboden op de kazerne. De acht leden van het Dagelijks Bestuur die vrijgesteld waren van normale militaire dienst vonden er onderdak. Hier hadden zij kantoorruimte en een rommelig stencilhok. Tot aan de afstoting van de kazerne zou de VVDM er zijn hoofdkwartier houden. Ook op de Hojelkazerne gevestigd in de jaren ’80 was de Sectie Individuele Hulpverlening, die ondermeer met problemen kampende Libanonveteranen moest bijstaan.

Het doek voor de laatste 19e eeuwse kazerne in de binnenstad van Utrecht viel in 1990. De andere kazernes waren al gesloopt en, monumentaal of niet, de Hojel moest ook weg. De grond, dicht tegen Hoog Catharijne en de binnenstad aan, was waardevol en begerenswaardig. De Jaarbeurs wilde uitbreiden en de ruimte die ze er niet voor hoefde te gebruiken was gewild bij andere partijen. Blijkbaar prevaleerden commerciële belangen, omschreven als stadsvernieuwing, boven het behoud van cultuurhistorisch erfgoed en een gaaf voorbeeld van 19e eeuwse kazerne-architectuur. In 1989 mocht de Utrechtse bevolking voor de laatste keer over de kazerne lopen die bij oudere Utrechters nog altijd bekend stond als Vestingartilleriekazerne. Einde 1990 werd er gesloopt, een deel van de bomen op het kazerneterrein werd overgeplant naar de Utrechtse wijk Kanaleneiland.

De naamgever

 

Willem Christoph Hojel werd op 4 juni 1831 in Soerabaja (Nederlands-Indië) geboren en kwam op zijn zesde jaar naar Nederland. In 1848 werd hij cadet aan de KMA te Breda er sloot de opleiding af in 1852 in de rang van 2e luitenant, waarna hij bij het 2e Regiment vestingartillerie in Naarden geplaatst werd. Na twee jaar volgde promotie naar 1e luitenant en in 1864 tot kapitein. Hojel kreeg in 1859 een aanstelling als leraar aan de KMA, deze positie verliet hij na promotie tot kapitein. In 1869 keerde hij terug aan de KMA als hoofd onderwijs in de artillerie-wetenschap.
Vanwege zijn artilleriekennis werd Hojel in 1866 voorzitter van de Commissie van Proefneming die adviseerde over de aanschaf van materieel. Hojel verwierf in 1874 het mede-eigenaarschap van het ook nu nog verschijnende periodiek De Militaire Spectator. Hij werd in 1881 Adjudant des Konings in de rang van kolonel, niet bij de koning zelf maar bij diens zoon Prins Alexander. Na de dood van Alexander in 1884 ging Hotel terug naar de artillerie en werd commandant van het 3e Regiment Vestingartillerie. Als commandant van het 4e Regiment Vestingartillerie overleed Hojel in Den Helder op 10 februari 1886 op 55-jarige leeftijd.

(foto: Willem Hojel in de rang van majoor, met dank aan het Nederlands Artillerie Museum)

Overig

De Hojelkazerne was een kazerne met een U-vormige plattegrond met binnenplaats tussen de poten. De bouwstijl kan als eclectisch omschreven worden. In het eclecticisme, dat populair was in de tweede helft van de 19e eeuw, wordt vrijelijk geciteerd uit andere bouwstijlen zonder zelf een vaste stijl te hebben. In de Hojelkazerne waren de stijlkenmerken van het neo-classisime en de neo-renaissance te herkennen.

Voor foto's uit het verleden, kijk in: archief