Kromhoutkazerne, Prins Hendriklaan, Utrecht


Huidige toestand

Het oudste deel van de kazerne dat uit het begin van de 20e eeuw stamt, is tegenwoordig onderdeel van de Universiteit van Utrecht. Hier is de campus van het Engelstalige University College gevestigd, waar studeren en wonen gecombineerd worden. De kazernegebouwen hebben nieuwe functies gekregen, zo werd het hoofdgebouw het collegegebouw. De om het exercitieterrein gelegen legeringsgebouwen zijn nu lesgebouwen en het oudste schoolgebouw van de kazerne werd geschikt gemaakt voor huisvesting. Het uit de jaren ’80 stammende multifunctionele gebouw M, voorheen keuken, eetzaal en ontspanning is tegenwoordig Dining Hall.
Er is ook nieuwbouw verrezen op de grenzen van het terrein. Op een slimme manier is het lange lage woonblok langs de Waterlinieweg tevens een effectief geluidsscherm. Op de plek van het voormalig ketelhuis, waarvan de schoorstenen gespaard zijn, verrezen drie nieuwe gebouwen. Tevens zijn er tussen gebouw M en de Prins Hendriklaan flats verrezen ten bate van studentenhuisvesting.

De rest van de kazerne is van de hiervoor beschreven gebouwen afgescheiden en op enkele uitzonderingen na rücksichtslos gesloopt. Alle gebouwen en werkplaatsen aan de kant van de Herculeslaan en de Laan tot de Wetenschap zijn verdwenen. Op het aldus vrijgekomen kazerneterrein werd een nieuwe Kromhoutkazerne gerealiseerd. Deze lijkt in geen enkel opzicht meer op een 20e eeuwse kazerne maar op een kantorenensemble in een parkachtig landschap. Er verrijzen langs de Laan tot de Wetenschap vijf grote gebouwen die met de kopgevels naar de eerder genoemde laan gericht staan. Dit gedeelte wordt door de projectontwikkelaar de Strip genoemd. Tussen de Strip en de oude kazerne ligt de Wig die voor de groene, parkachtige uitstraling moet zorgen. Het gedeelte aan de Herculeslaan heet het Veld en is bebouwd met kleinere gebouwen. Hier is net als voorheen de hoofdingang die met meerdere overkapte en gescheiden rijbanen wat weg heeft van een ingang van de Franse tolwegen

Oorspronkelijk zouden er 3000 mensen op de nieuwe kazerne komen te werken maar deze aantallen zijn naar boven bijgesteld. Onder meer als gevolg van kazernesluitingen in Den Haag en het feit dat door thuiswerken er niet meer voor iedere werknemer een vaste plek gereserveerd is.
Ondergebracht op de nieuwe Kromhout zijn het Commando Landstrijdkrachten, onderdelen van de Defensie Materieel Organisatie en het Commando Diensten Centrum. Behalve kantoren zijn er ook faciliteiten voor legering (in beperkte mate) en voor sport. In 2012 moeten nieuwbouw en verhuizingen afgerond zijn.

De slopershamer heeft op het terrein van de nieuwe Kromhout drie objecten met monumentstatus gemist. Dit zijn de gerestaureerde bomvrije schuilplaats van het voormalige Fort Vossegat. De tamboershut die verplaatst is en de nu door nieuwbouw aan drie kanten ingesloten Brug met de Twaalf Gaten.

Geschiedenis

In 1908 werd voor de bouw van een nieuwe kazerne voor de genie in Utrecht, een stuk grond ten westen van Fort Vossegat aangekocht. De bouw startte in 1910 en de kazerne werd in september 1913  betrokken. Dat werd tijd ook, want voorheen was de genie op de Damlustkazerne ondergebracht en deze was niets anders dan een voormalige locomotievenwerkplaats, waar qua legering weinig goeds over te vertellen viel.
De kazerne die in 1913 in gebruik genomen werd, was nagenoeg gelijk aan het deel dat heden ten dage gebruikt wordt door het University College. Toen aanwezig maar later gesloopt waren ondermeer een keukengebouw, kantine, badhuis en de Driepoot (een werkplaats). In de loop der jaren zou het kazerneterrein zich uitbreiden tot ook Fort Vossegat er op lag, maar ook de plek waar nu de Galgewaard, het stadion van FC Utrecht, zich bevindt. In 1928 zou de kazerne na landruil het terrein beslaan dat het nu samen met het universiteitsdeel vormt.
De eerste bewoners waren de 1e tot en met 4e compagnie Pioniers en de 1e en 2e Telegraafcompagnie (de voorlopers van de verbindingsdienst). Niet veel later gevolgd door de Spoorwegcompagnie en de Schoolcompagnie (kaderopleiding).

Na de mobilisatie van 1914 bleef alleen het Depot Genietroepen achter op de kazerne. Tijdens de 1e Wereldoorlog vonden er meerdere opmerkelijke gebeurtenissen plaats. Op de kazerne werden nieuwe technische produkten bedacht en beproefd. Zo werd er ondermeer een handgranaat ontwikkeld waarvan de fabricage gevaarlijk was. Bij een ongeluk in mei 1916 kwam luitenant Bührmann om het leven, toen hij een granaat die spontaan ontbrandde weg wilde werpen. Hij redde hiermee het leven van anderen in de fabricageloods.
Een hele reeks van opmerkelijke gebeurtenissen vond plaats in de winter van 1917/1918. De al drie jaar durende mobilisatie leidde tot verveling en ontevredenheid. Soldaten moesten voortaan zelf de kosten van vervoer naar huis betalen en dit leidde niet alleen tot gemor, maar ook tot brandstichtingen. Eerst brandde de zuidgevel van legeringsgebouw C uit. Later volgden er meer brandstichtingen tot zelfs een keer drie stuks in een week tijd.
Na de demobilisatie in 1918 kromp het leger sterk in en er werden eenheden, die voorheen op de kazerne gelegerd waren, opgeheven. De Verlichtings compagnie (zoeklichten) werd daarentegen met nog een compagnie uitgebreid.

Gebouw AA uit 1937/1938
 

In de jaren ’30 werd de bebouwing op het kazerne-terrein flink uitgebreid. In 1931 werden er de latere werkplaatsen voor smederij en plaatwerkerij gebouwd. In de jaren 1936/1937 volgde de automobielwerkplaats (de latere motorrevisiewerkplaats).
Het landelijke kazernebouwprogramma van 1937 zette aan tot de bouw van drie extra legeringsgebouwen aan de kant van de Waterlinieweg, het latere lesgebouw met filmzaal (gebouw CC) en een bureaugebouw tegenover het wachtgebouw aan de Prins Hendriklaan.


Tijdens de mobilisatie aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog in 1939 vertrok de genie van de kazerne en werd deze gebruikt voor de legering van een infanterieregiment en enkele kleinere eenheden.
Gedurende de bezettingsjaren gebruikten de Duitsers de kazerne voor de opleiding van soldaten van de Hermann Göring Ersatz- und Ausbildungsdivision. Op wat kleinere bouwsels na en een platform voor luchtdoel-geschut op het hoofdgebouw, bleef de kazerne nagenoeg ongewijzigd.

Kort na de oorlog en de tijdelijke legering van geallieerde troepen maakte de kazerne een uitgeleefde indruk, vele ruiten waren gesneuveld en het meubilair was verdwenen. De genie kwam terug maar vertrok in maart 1949 definitief. Vanaf dat moment zou de kazerne geheel bestemd zijn voor de het Regiment Technische Troepen.

Het leger stroomde vol met voertuigen en de Technische Dienst maakte een stormachtige ontwikkeling door. Al die voertuigen leverden niet alleen veel meer onderhoud op, er waren ook grote aantallen monteurs nodig. Op de Kromhout werden de opleidingen voor monteur wielvoertuigen gevestigd en er werden kaderopleidingen voor onderofficieren en reserve-officieren van de Technische Dienst gegeven. Dit alles viel onder het OCTD, opleidingscentrum Technische Dienst.  Naast de opleidingen werd er door 575 TD Centrale Werkplaats het 4e en 5e echelonsonderhoud aan wielvoertuigen verricht.
Om al deze aktiviteiten te kunnen huisvesten werden er grote hallen bijgebouwd aan de Herculeslaankant van het kazerneterrein, waar ook een nieuwe ingang kwam.

De kantine uit 1955 werd ook gesloopt
 

Er volgden in de daarop volgende jaren meer veranderingen. De oude kantine was te klein en in 1955 werd een nieuwe gebouwd. Ook aan de kant van Fort Vossegat werd het kazerneterrein bijna geheel gevuld met gebouwen en parkeerplaatsen. Van het fort werden de grachten grotendeels gedempt en zo ontstond een rechte grens met de Laan tot de Wetenschap. Gelet op de historische waarde werden de tamboershut, de bomvrije schuilplaats van het fort en de Brug met de 12 Gaten voor sloop behoed. Er werden een officiershotel en onderofficiershotel met mess gebouwd en in 1975 een nieuwe sporthal.
Op de plaats van het gesloopte badhuis verrees gebouw M, dat keuken, eetzaal en ontspanningsruimte was. Een nieuwe eetzaal was al jaren hoognodig. De Kromhoutkazerne was berucht om zijn slechte manschappeneetzaal waar de mussen doorheen vlogen, en de vaak geringe kwaliteit van het eten dat minimaal tot eind jaren '70 vanaf metalen plates genuttigd diende te worden. De oude manschappenkeuken werd tenslotte in 1986 gesloopt.
In de loop der jaren werden de legeringsgebouwen meer dan eens gerenoveerd. In 1983 startte er een meerjarenplan voor de renovatie van de werkplaatsen. Deze waren ’s winters ijskoud en in de zomer was het er vaak bloedheet.

Begin jaren ’90 toen de Koude Oorlog onverwacht afgelopen was, verviel de noodzaak van een groot leger en de Landmacht begon in diverse rondes van bezuinigingen te krimpen en te reorganiseren. Het oudste deel van de Kromhoutkazerne werd in 1992 afgescheiden van de rest en verkocht aan de Universiteit van Utrecht. De rest, het bedrijfsmatige deel met de werkplaatsen, zou tenslotte ook in die vorm voor de Landmacht overbodig worden. Het OCTD kromp ook en werd ondergebracht bij OCLog (opleidings centrum logistiek), dat op Soesterberg gevestigd is. Vanaf 2002 stond dit deel van de kazerne leeg en werd tenslotte in 2006 verlaten, om daarna gesloopt te worden.

De naamgever

 

Joachim Hendrik Kromhout werd in 1835 geboren en op 17-jarige leeftijd toegelaten tot de KMA voor het Wapen der Genie. In 1856 werd hij benoemd tot 2e luitenant bij het Korps Ingenieurs, Mineurs en Sappeurs. Op zijn 28e werd hij eerstaanwezend ingenieur in Deventer. Promotie ging traag in die tijd en pas in 1866 volgde promotie tot kapitein in Utrecht.
In 1867 werd Kromhout geplaatst bij de Generale Staf in Den Haag met een gelijktijdige detachering bij het Ministerie van Oorlog. In 1873 volgde promotie tot majoor en Kromhout werd commandant van het Korps Mineurs en Sappeurs. Na verdere bevorderingen en het vervullen van de functie van chef bureau “Materieel der Genie” werd Kromhout uiteindelijk in 1886 bevorderd tot luitenant-generaal en werd tevens Inspecteur van het Wapen der Genie.

Kromhout zou tijdens zijn militaire loopbaan vele publicaties op militair gebied, ondermeer over de vestingwerken in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het licht doen zien. Op 60-jarige leeftijd in 1895 zouden gezondheidsredenen Kromhout dwingen zijn militaire carrière op te geven. Niet veel later in 1897 overleed hij te Ellecom.

Overig

De Kromhoutkazerne wordt soms als de eerste kazerne in Nederland beschouwd die opgezet is volgens het paviljoensysteem. In de twee jaren voor de ingebruikname kwamen in Breda en Nijmegen ook kazernes in gebruik volgens dit systeem en in het jaar 1913 buiten de Kromhoutkazerne nog vier andere. Waar de Kromhoutkazerne zich wel in onderscheid is de mooie heldere opzet van de plattegrond met een groot centraal exercitieterrein en de verscheidenheid van bouwstijlen. De verantwoordelijke voor het ontwerp is de genist P.J. Post van der Steur.
Dit kazerne-ensemble zou later belangrijke uitbreidingen kennen. Het kazerneterrein zou voor en na de Tweede Wereldoorlog naar behoefte en beschikbare ruimte ingevuld worden met legeringsgebouwen, nieuwe kantine en lesgebouw en vooral werk- en parkeerplaatsen.

Op het oudste deel van de kazerne is een veelheid van bouwstijlen en elementen daarvan aan te treffen. Rationalisme (wachtgebouw), Hollandse Renaissance (hoofdgebouw), neo-renaissance (wapenmagazijn) en de zogenaamde overgangsarchitectuur (legeringsgebouwen). Toch vormt het een eenheid, niet in de laatste plaats door de strakke indeling, materiaalgebruik  en de min of meer gelijke dakhoogtes. Legeringsgebouw G uit de jaren '70, de multifunctionele eetzaal gebouw M uit de jaren '80 en in mindere mate het uit het Interbellum stammende gebouw R tegenover de wacht, steken hierbij af.
De bebouwing op het gesloopte, bedrijfsmatige deel van de kazerne was hoofdzakelijk functionalistisch, zoals het lesgebouw CC uit 1938, maar ook de uit 1955 daterende kantine. Nog latere bebouwing uit de jaren ’60 tot ’80 was weinig opmerkelijk en in de stijl die in die jaren in Nederland gebruikelijk was.