Kromhoutkazernekazerne, Bredaseweg, Tilburg


Huidige toestand

Op één uitzondering na zijn alle gebouwen van de Kromhoutkazerne gesloopt, monumentaal of niet, om ruimte te maken voor een nieuwbouwwijkje. Het gebouw dat gespaard is, het voormalige hoofdgebouw met zijn karakteristieke toren, staat anno 2010 te huur.
Ondanks de sloopwoede is de structuur van het voormalige kazerneterrein nog wel deels intact. Een nieuwe dwarstraat, de Henriëtte Rollerstraat, valt ongeveer samen met de weg langs de garages tussen de beide ingangen. De herkenbaarheid van het oude terrein is vooral te danken aan het feit dat de boomsingels rond het verdwenen grasveld en die langs de terreingrens gespaard zijn.
Op de plaats van het grasveld is een vijver gegraven waarvan speelse elementen een onderdeel vormen. Samen met de boomsingels vormt de vijver het Kromhoutpark.

Geschiedenis

Na 57 jaar afwezigheid van militairen werd Tilburg in 1913 weer garnizoensstad met de komst van het 2e Regiment Huzaren op de voor hen gebouwde Kromhoutkazerne. Een groot deel van de kazerne bestond uit een grasveld voor exercitie en paarden, dat aan drie kanten door gebouwen omgeven was. De huzaren zouden er niet lang blijven, ze vertrokken tijdens de algehele mobilisatie van 1914 naar hun oorlogsbestemming.

Tijdens de jaren van de Eerste Wereldoorlog werden in een deel van de kazerne Belgische vluchtelingen ondergebracht. De mobilisatiejaren en de legering van het grootste deel van het Nederlands leger in het zuiden van het land gingen niet ongemerkt aan Tilburg voorbij. De haast eindeloos lijkende mobilisatie leidde onder soldaten tot verveling, drankgebruik en soms tot opstootjes. Misschien om de verveling wat te bestrijden werd er in mei 1916 op de Kromhoutkazerne een voetbalwedstrijd door soldaten in vrouwenkleren gehouden. Dat leidde plaatselijk tot grote verontwaardiging en zelfs tot vragen in de Tweede Kamer.

De twee legeringsgebouwen
 

In 1919 keerden de huzaren terug op de kazerne en werd deze als demobilisatiecentrum gebruikt. Het leger moest in 1922 sterk bezuinigen en het 2e Regiment Huzaren werd naar Breda overgeplaatst. Vanaf toen werd de kazerne als paardendepot voor de artillerie gebruikt en ontkwam zodoende aan sluiting.
Op het depot, waar paarden ondermeer aan de herrie van het slagveld gewend moesten raken, werkten niet meer dan ongeveer 50 mensen. Het paardendepot zou na de algehele mobilisatie van augustus 1939 naar Den Haag vertrekken.
De kazerne was naamloos bij oplevering en ging
als Cavaleriekazerne door het leven, maar ook als Julianakazerne. In 1935 werd de naam Kromhoutkazerne verleend. Tilburg was hier niet blij mee, generaal Kromhout was slechts bekend in kleine kring en zodoende was deze naam niet erg prestigieus.

Gedurende een deel van de bezettingsjaren gebruikte de Luftwaffe de kazerne en werd het grasveld geschikt gemaakt om als landingsbaan voor kleine vliegtuigen te dienen. Later werden er Nederlandse SS’ers gelegerd. Na de bevrijding van Tilburg eind oktober 1944 kwam de kazerne weer onder Nederlands gezag.

Om de opleidingen voor Aan- en Afvoertroepen (AAT) te verbeteren werd op 1 oktober 1947 het Regiment AAT te Tilburg opgericht. De staf van het regiment werd op de Kromhoutkazerne gelegerd. Na de heroprichting van het Depot AAT in 1953 werden de rijopleidingen op de Kromhoutkazerne gevestigd. De stallen werden omgebouwd tot garages en werkplaatsen voor de drie instructiecompagnies.
De AAT gebruikte voor opleidingen naast de Kromhoutkazerne de eveneens in Tilburg gelegen Koning Willem II kazerne. De diverse opleidingen die later onder het Opleidingscentrum AAT (OCAAT) vielen, waren over beide kazernes verdeeld. De rijopleidingen werden in 1971 afgesplitst van het OCAAT en gingen verder als Rijschool Tilburg (RST).
De rijschool zorgde met zijn lesvoertuigen voor overlast, wat gelet op de ligging vlak buiten het centrum van de stad niet verwonderlijk was. Deze overlast zou tenslotte leiden tot verplaatsing in fasen van de RST naar Keizersveer, in 1989 vertrok de laatste compagnie. Hierna stond de kazerne leeg en zou vervolgens bijna geheel afgebroken worden.

De naamgever

 

David Kromhout werd op 17 november 1845 in het Gelderse Angerlo geboren en trad nog voor zijn 16e verjaardag als kadet der artillerie aan bij de KMA in Breda. Na voltooiing van de opleiding in 1865 volgde bevordering tot 2e luitenant, promotie tot 1e luitenant in 1871.
Kromhout was al op jeugdige leeftijd een paardenkenner en werd in 1873 aangesteld als  instructeur van de rijkunst. Vijf jaar later werd hij eervol van deze functie ontheven en niet lang daarna benoemd tot kapitein bij het 4e Regiment vestingartillerie. Veertien jaar later in 1895 werd hij bevorderd tot majoor en werd "Voorzitter der Remonte Commissie der Bereden artillerie". Eind dat jaar volgde benoeming tot Directeur Rijschool der Bereden Artillerie in Bergen op Zoom. In 1901 toen hij al de rang van kolonel bereikt had werd hij eervol ontheven als voorzitter van de Remonte commissie en in 1902 werd hij benoemd tot commandant van het 1e Regiment veldartillerie. Op eigen verzoek werd Kromhout op 1 november 1903 gepensioneerd.
Kromhout was een invloedrijk organisator en is voor de rijkunst bij de artillerie van grote betekenis geweest. Na zijn pensionering is hij nog bevorderd tot generaal-majoor titulair. Hij overleed op 24 oktober 1927.

(foto: Kromhout in de rang van kapitein, met dank aan het Nederlands Artillerie Museum)

Overig

De Kromhoutkazerne was één van de eerste kazernes in Nederland die volgens het paviljoensysteem ingericht was. De bouwstijl kan als overgangsarchitectuur beschreven worden, waarvan sommige gebouwen kenmerken van chaletstijl hadden. De kazerne leek qua bouwstijl sterk op de eveneens in die tijd voor de cavalerie gebouwde Trip van Zoudtlandtkazerne in Breda.

Voor filmbeelden van de kazerne en onvervalste dienstplichtigenlol, kijk naar: filmpje