Willem Lodewijk van Nassaukazerne, Westersingel, Appingedam


Huidige toestand

Van de kazerne resteert sinds de afstoting in 1990 alleen het witte stenen (hoofd)gebouw dat in 1953 als MILVA-kazerne werd opgetrokken. Alle andere bebouwing waaronder het voormalige barakkenkamp Fivelingo is afgebroken. Op het vrijgekomen terrein is een wijkje van vrijstaande huizen gebouwd die merendeels aan water gelegen zijn. De structuur van het voormalige kazerneterrein is daarmee ook verdwenen.
Het hoofdgebouw is verbouwd tot appartementencomplex voor senioren en telt 24 wooneenheden, het werd in 2004 met de naam Willem Lodewijk State in gebruik genomen. Het gebouw werd van binnen kaal gestript waardoor de originele indeling met middengangen is verdwenen. Trappen werden verwijderd en samen met een lift opnieuw geplaatst. De kap is aangepast zodat de zolderverdieping ook bewoond kan worden. De ingangen van de appartementen liggen aan de achterzijde van het gebouw waar een glazen gevel voor werd geplaatst. Om de voordeuren van de eerste verdieping te kunnen bereiken is aan de achtergevel een galerij gemaakt.

Geschiedenis

 
 
Pieter Bieremakazerne.

In 1949 was de gemeente Appingedam slagvaardiger dan Delfzijl. Om een permanent garnizoen te mogen huisvesten bood Appingedam het Ministerie van Oorlog meer dan haar buurgemeente. De luchtmacht die zich het jaar ervoor in Delfzijl had gevestigd, zouden daarom verhuizen. Appingedam bood de voormalige Damster ambachtsschool aan als kazerne, die als Pieter Bieremakazerne op 15 februari 1950 in gebruik werd genomen. De aanwezigheid van de luchtmacht kwam voort uit de bouw (1953-1957) van navigatiestation Groningen, meestal aangeduid als navigatiestation G, een radarstation dat in de buurt van Holwierde verrees. Voor de bediening van radar en de vervulling van administratieve functies wilde men MILVA's inzetten, vrouwen die dienden bij de Militaire Vrouwen Afdeling, een korps dat onder de landmacht viel. Ten bate van hun legering werd op 7 mei 1953 een bouwvergunning voor een logiesgebouw aangevraagd bij de gemeente Appingedam.

In afwijking met de praktijk elders bij de kazernebouw, werd een voor die tijd vrij luxueus gebouw gepland met een maximale kamerbezetting van zes soldaten of korporaals. Mogelijk had dit te maken met het feit dat MILVA's vrijwillig dienende militairen waren en geen dienstplichtigen. In totaal was er bij volle bezetting plaats voor 84 soldaten en 30 korporaals. De kleur van het gebouw was opmerkelijk. De bouwaanvraag vermeldt: 'Groninger gevelklinkers, platvol gevoegd en in crème kleur gesausd met watervaste muurverf.' In de praktijk wit.
Het gebouw, smaakvol gelegen achter een vijverpartij, was halverwege 1954 klaar. Maar de animo van vrouwen om hier als MILVA te dienen was gering. Nog voor de opening van de kazerne die als MILVA-kazerne werd aangeduid vermelde een krantekop: 'Kazerne voor milva's in Appingedam bijna klaar. Maar meisjes uit het Noorden tonen geen belangstelling...' Dat zou zo blijven.

De beveiliging en bescherming van navigatiestation G zou gebeuren door 928 Afdeling Lichte Luchtdoelartillerie Territoriaal (928 Afd. Lt. Lua), aangevuld met 911 Transport Peloton. Ten bate van hen werd op het terrein naast de plek voor de MILVA-kazerne een semi-permanent (houten) barakkenkamp opgetrokken. Bouwen in hout was goedkoop, maar had ook nadelen. Zo brandde in 1957 het officiersmessgedeelte van een barak af, terwijl het andere deel van de barak waterschade opliep. Wanneer het kamp precies betrokken werd, is niet duidelijk. Een krantenbericht spreekt van een geleidelijke bezetting vanaf 1 december 1953. Volgens een ander bericht arriveerde de luchtdoelartillerie echter pas op 7 mei 1954 met een feestelijk defilé door Appingedam.
Het kamp kende zijn eigen hoofdingang en was in die jaren geheel afgescheiden van de naastgelegen kazerne. Er lag een watertje tussen dat pas in later jaren werd overbrugd, zodat kamp en kazerne onderling bereikbaar waren en niet meer alleen via de Westersingel. Het kamp zou op verzoek van de gemeente Appingedam in juli 1955 de naam Kamp Fivelingo krijgen.
In 1962 liep het conflict tussen Indonesië en Nederland over Nieuw-Guinea hoog op en leidde haast tot een openlijke oorlog. Vlak voor het zover kwam boog Nederland in augustus dat jaar het hoofd. In de jaren ervoor had de krijgsmacht de laatste kolonie in de Oost versterkt. Ten bate hiervan reisde (eind april 1962) ook 928 Afd. Lt. Lua af naar Nieuw-Guinea, eind november dat jaar keerden ze in Appingedam terug.

 
Plattegrond naar de toestand in 1984. De omliggende burgerbebouwing is in groen, de waterpartijen zijn in blauw weergegeven.
 

De lichte luchtdoelartillerie zou aan belang inboeten en worden gereorganiseerd. Voor de meeste onderdelen hield dit opheffing in, zo ook op 1 juli 1964 voor 928 Afd. Lt. Lua. Daarmee kwam het kamp, op een kleine staf na, leeg te staan. Het gebruik van de MILVA-kazerne door de geprojecteerde gebruikers, was geen succes geworden. Rond 1963 gebruikte de luchtmacht de kazerne, die daarmee geen 'vrouwenkazerne' meer was.
Ook deze kwam in 1964 leeg te staan, evenals de Pieter Bieremakazerne die in 1965 werd gesloopt. Van navigatiestation G werd ondanks de moderne opzet afscheid genomen toen bleek dat een Duits radarstation het te bewaken luchtruim ook bestreek. Daarmee kwam een eind aan de aanwezigheid van de luchtmacht en de haar ondersteunende troepen. Appingedam was zijn garnizoen kwijt, zeer tegen de zin van de gemeente die grote moeite deed in Den Haag om weer permanente troepen op zijn grondgebied gelegerd te krijgen.

De MILVA-kazerne werd destijds op een ansichtkaart, datering vermoedelijk rond 1960, als luchtmacht-kazerne aangeduid. In 1954 was een krantenbericht verschenen waarin stond dat de kazerne voortaan de naam Beatrixkazerne zou dragen, maar dit vond officieel nooit ingang. Door het Directoraat Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) werd in een briefje (dd. 27-02-1968) aan de gemeente Appingedam bericht dat: 'Bij Koninklijk Besluit goedkeuring was verleend om de namen van het Kamp Fivelingo en de Milvakazerne te Appingedam, welke thans zijn verenigd, ..., te wijzigen in de naam Willem Lodewijk van Nassaukazerne.' Defensie duidde de kazerne dus niet aan als Beatrixkazerne.

In de nasleep van het conflict met Indonesië en de spanningen die toen haast permanent heersten tussen de voormalige kolonie en Nederland, kwamen er weer repatrianten naar Nederland. Onder meer in Appingedam was ruimte om hen tijdelijk te huisvestten, daar stonden een kamp en een kazerne leeg. Deze opvang duurde tweeënhalf jaar, waarna er weer leegstand volgde.
Die was van korte duur, op 1 november 1967 zouden er weer militairen gelegerd worden. Zowel het kamp als de kazerne zouden worden gebruikt voor de vestiging van het Technisch Specialisten Opleidingscentrum Noord (TSOC-Noord). TSOC-Zuid was een jaar eerder geopend op de Ernst Casimirkazerne in Roermond. Vrijwillig dienende militairen met een vier of zesjarig dienstverband zouden bij een TSOC een opleiding voor een burgervakdiploma volgen en worden opgeleid voor monteursfuncties, en/of voor het besturen van tanks en andere rupsvoertuigen. Bij het afzwaaien kregen ze een flinke premie mee. De technisch specialisten (TS) met als eindrang korporaal eerste klas, zouden in de praktijk een wat moeizame positie tussen dienstplichtigen en het overige beroepskader innemen.
Toen TSOC-Noord een half jaar in bedrijf was bracht Prins Bernhard er in mei 1968 een bezoek aan en verleende het samengevoegde kamp en kazerne de naam Willem Lodewijk van Nassaukazerne.

Niet alleen TS'ers met veelal de LTS als achtergrond zouden in Appingedam een opleiding volgen, er kwam ook een opleiding voor (veel) hoger geschoolden naar Appingedam. Rond 1970 werd er de opleiding voor Reserve Officier Academisch Geschoold (ROAG) gevestigd. De achtergronden van de aspirant dienstplichtig officieren waren minimaal HBO en veelal universiteit. Na een zeer korte Algemeen Militaire Opleiding in Appingedam, de cursisten ervan zouden bekend komen te staan als 'de snelle stip' en ook als 'couveusevaandrigs', ging men een militaire functie vervullen die aansloot bij de burgeropleiding. Zo gingen juristen naar de krijgsraad, journalisten naar voorlichtingsfuncties bij de Generale Staf en anderen naar instellingen als TNO.

In 1988 deden geruchten de ronde over sluiting van de kazerne die, ondanks ontkenningen door de Legervoorlichtingsdienst, waar bleken te zijn. Het TSOC zou worden overgeheveld naar Den Bosch. Naar de opleiding voor de ROAG's die minder dan 70 man besloeg werd onderzoek gedaan en niet veel later verdween ook deze. Daarmee bleef als enige gebruiker de sinds 1983 in Appingedam gelegerde 42 Brigadegeneeskundigecompagnie (42 Briggnkcie) over. De kazerne zou nagenoeg leeg komen te staan en haar bestaansrecht verliezen.
Het afscheid nemen van de grotendeels houten bebouwing die maar een beperkte levensduur had en al 35 jaar werd gebruikt, zou Defensie financieel geen pijn doen. Het doek viel dan ook voor de kazerne. In september 1989 werd bekend dat de gemeente het kazerneterrein zou doorverkopen voor de bouw van woningen en het hoofdgebouw zou overdoen aan het waterschap Eemszijlvest, die het als kantoor zou gaan gebruiken. Op vrijdag 13 augustus 1990 reden de voertuigen van 42 Briggnkcie voor de laatste keer de kazernepoort uit. Appingedam was garnizoensstad af. Een maand later werd de kazerne bij het oefen- en schietkamp Lauwersmeer omgedoopt in Willem Lodewijk van Nassaukazerne.

De naamgever

 
   

Willem Lodewijk van Nassau werd op 13 maart 1560 in Dillenburg (D) geboren. Hij was een neef van (oom) Willem van Oranje en speelde een grote rol in de Tachtigjarige Oorlog. Willem Lodewijk was kapitein-generaal van het leger van Friesland en samen met zijn neef Maurits opperbevelhebber van het Staatse leger. De beide neven waren belangrijke militaire vernieuwers en grepen succesvol terug op oorlogstechnieken die door de Romeinen waren gebruikt. Onder Willem Lodewijks leiding werd na jarenlange strijd, waarbij de Spaanse troepen steeds verder werden afgesneden, in 1594 Groningen heroverd.
Na de moord op Willem van Oranje in 1584 was hij benoemd tot stadhouder van Friesland, een positie die hij tot zijn dood zou bekleden. Willem Lodewijk zette zich in Den Haag in voor de belangen van Friesland. Zo maakte hij zich sterk voor de stichting van de Universiteit van Franeker en was ook betrokken bij de stichting van de (Rijks)universiteit Groningen.
Hij overleed op 31 mei 1620 op zestigjarige leeftijd en werd met grootse praal in de Jacobijnenkerk in Leeuwarden bijgezet. Zijn huwelijk met zijn nicht Anna van Oranje was kinderloos gebleven, zijn vrouw overleed na een miskraam en hij hertrouwde niet. De Friezen eren hem echter met de bijnaam ‘Ús Heit’, onze vader.

Overig

De voormalige MILVA-kazerne is een a-symmetrisch U-vormig kazernegebouw met de entree in de middenrisaliet, tweelaags en afgedekt met een langskap met overstek. Deze grondvorm en stijl doen denken aan de Bergansiuskazerne in Ede, maar niet de indeling met middengangen en de ronde uitbouwen aan de einden van de voorgevel. Het gebruik van wit voor de gevels is uitzonderlijk voor een kazernegebouw in Nederland en gaf het een weinig militaire uitstraling. Tekenend is het verhaal over een Duitser met koffer die de entree binnenliep en de wacht verzocht om een kamer, hij dacht dat het een hotel was.
Vreemd genoeg werd op het grondstuk ernaast een semi-permanent houten barakkenkamp opgetrokken. De oorzaak dat dit geen stenen kazerne was is mogelijk het feit dat bouwen in hout (veel) goedkoper en ook sneller was. Bouwen in hout was geen uitzondering in die tijd. Er werden na de Tweede Wereldoorlog, net als aan de vooravond ervan, meer barakkenkampen opgetrokken in Nederland. Het kampdeel van de kazerne zou tot de afbraak blijven bestaan uit hoofdzakelijk houten barakken, ondanks dat bij de kazerneleiding de wens leefde van vervanging ervan door stenen gebouwen.

Voor foto's uit het verleden, kijk in: archief