Koning Willem II kazerne, Ringbaan Zuid, Tilburg


Huidige toestand

De voormalige Koning Willem II kazerne werd in 1993 verbouwd tot gevangenis en ging tot aan de sluiting in 2016 als Penitentiaire Inrichting Tilburg (PI Tilburg) door het leven. Er volgde een periode van leegstand maar anno 2020 is er een nieuwe bestemming. Op het kazerneterrein zal een woonwijk van ongeveer 275 huur- en koopwoningen verrijzen, met naar verwachting zowel appartementen als eengezinswoningen. Een deel van de kazerne, waaronder het hoofdgebouw en enkele legeringsgebouwen, krijgt een nieuwe bestemming. De gemeente Tilburg wil in enkele gebouwen een basisschool en een buitenschoolse opvang realiseren.
Naar verwachting zal nog in 2020 met de sloop van de niet-herbestemde gebouwen worden begonnen. In 2021 zal het restant bebouwing en het terrein worden overgedragen aan een projectontwikkelaar. In de tussentijd, vanaf 26 maart 2020, wordt een deel van de kazerne gebruikt voor de opvang van zieke dak- en thuislozen.

Geschiedenis

De Koning Willem II kazerne is één van de 24 kazernes die vlak voor de Tweede Wereldoorlog werden gebouwd. De eerste steen werd gelegd op 1 juni 1938 en de kazerne werd in april 1939 betrokken door het 2e Bataljon Jagers. Zij zouden als onderdeel van het Regiment Jagers de Peel-Raamstelling verdedigen in de meidagen van 1940. Na de nederlaag tegen de Duitsers zou op de kazerne een bataljon Ordnungspolizei, beter bekend als Grüne Polizei, gelegerd worden. Zij zouden in bezet gebied opdrachten uitvoeren die niet aan de lokale politie werden toevertrouwd werden. Een voorbeeld hiervan is het fusilleren van vijf Nederlanders in 1942 als represaille voor acties van het verzet.

Toen Tilburg op 27 oktober 1944 bevrijd was, werden er overal in Tilburg Canadese- en Schotse militairen gelegerd, maar niet op de Tilburgse kazernes. De Koning Willem II kazerne werd gebruikt als verzamelplaats voor rekruten die in de Verenigde Staten tot marinier zouden worden opgeleid voor de bevrijding van Nederlands-Indië.
In juni 1953 werd het in 1948 opgeheven Depot AAT (Aan- en Afvoer Troepen) heropgericht, de Staf- en Verzorgingscompagnie van het depot werden op de kazerne gelegerd waar ook de School AAT (opleiding voor dienstplichtig onderofficieren) werd gehuisvest. De rijopleidingen zaten op de (Tilburgse) Kromhoutkazerne.
Het Depot werd in augustus 1967 omgedoopt in OCAAT (Opleidings Centrum AAT). Op de Koning Willem II kazerne bleven de Kaderschool (voorheen School AAT) en de School Reserve Officieren en een compagnie Bijzondere Opleidingen. Het OCAAT werd in 1971 gereorganiseerd waarna de AAT niet meer verantwoordelijk was voor de rijopleidingen. Naast de OCAAT waren er ook andere eenheden op de Koning Willem II kazerne gelegerd, zoals een herstelgroep van 569 TD en twee geneeskundige eenheden.
Niet alleen opleidingen voor de landmacht werden er verzorgd, maar ook in de jaren zestig en mogelijk later rijopleidingen voor de Koninklijke Marine en het korps Mariniers. Zowel dienstplichtig als beroepsmilitairen werden er tot chauffeur opgeleid op de YA314. In later jaren werd deze opleiding verplaatst naar de Pontonnierskazerne in Keizersveer.

Na het einde van de Koude Oorlog in 1990 zou de landmacht sterk krimpen en daarmee ook de opleidingsbehoefte. Een reorganisatie in 1993 zou leiden tot het verdwijnen van het OCAAT en de sluiting van de kazerne in dat jaar. De kazerne zou echter niet ongebruikt leeg komen te staan maar werd in mei 1993 overgedragen aan het Ministerie van Justitie. Die had dringend behoefte aan gevangeniscapaciteit voor criminele illegalen die wachten op uitzetting. Daartoe werd de kazerne direct na de overdracht omgebouwd tot de eerste gesloten strafinrichting van Nederland waar gevangenen in groepen werden gedetineerd. De gedetineerden kwamen met zijn zessen of achten in afsluitbare ruimten, slapen gebeurde in stapelbedden. Om het hele complex kwam een ring van hoge hekken en het kazerneterrein werd in kleinere compartimenten verdeeld.

Het hoofdgebouw, de drie legeringsgebouwen en het keukengebouw en tevens enkele kleinere gebouwen van de oorspronkelijke kazerne uit 1939 kregen nieuwe functies. Ook zijn er gebouwen bijgeplaatst, rechts naast het hoofdgebouw is een groot gebouw met geheel omsloten binnenplaats verrezen. Dit gebouw strekt zich uit tot halverwege het oude keukengebouw, achter deze nieuwbouw zijn weer andere gebouwen parallel met de terreingrens gekomen. Direct achter het hoofdgebouw, tussen de poten van de vleugels, is ook nieuwbouw verrezen.

In 2009 kwam de inrichting diverse malen in het nieuws. Was er jarenlang een groot cellentekort in Nederland, plotseling was dit voorbij en was er zelfs een overschot. Justitie zag zich gedwongen enkele gevangenissen te sluiten maar zag ook kans de PI Tilburg voor enkele jaren tegen kostprijs aan het Belgische gevangeniswezen te verhuren. In België moderniseerde men de zwaar verouderde gevangenissen en vanwege de tijdelijk lagere capaciteit sloot men een overeenkomst met de Nederlanders. Voor de duur van drie jaar werd Tilburg verhuurd aan de Belgen. Dit contract liep na enkele tussentijdse verlengingen af aan het eind van 2016 en sindsdien stond de PI Tilburg leeg.

De naamgever

 

Willem Frederik George Lodewijk van Oranje-Nassau werd op 6 december 1792 te Den Haag geboren. Zijn familie moest uit Nederland vluchtten na de Franse inval in 1795 waarna hij in Pruisen terechtkwam. Na een opleiding aan de Militaire Academie van Berlijn vertrok hij naar Oxford. Hij ging met de Engelse hertog van Wellington mee op veldtocht tegen de Fransen in Spanje. In 1815 raakte hij tijdens de Slag bij Quatre Bras gewond.
Hij sprak beter Duits en Engels dan Nederlands, botste geregeld met zijn vader Koning Willem I, was uitbundig en impulsief en vond Holland maar benepen en bekrompen. Na zijn huwelijk met de Russische Anna Palowna ging hij in Brussel wonen. Hij raakte betrokken bij een complot om de Franse monarchie omver te stoten, hij wilde zelf wel koning van Frankrijk worden. Hij zat jarenlang zwaar in de schulden en werd gechanteerd met zijn bi-sexualiteit.
Bij het uitbreken van de Belgische Opstand in 1830 erkende hij direct de onafhankelijkheid van België. Hij bood zich aan als hoofd van de verzetsbeweging tegen de Nederlanders maar moest halsoverkop naar Nederland vluchten, waar men woedend was over zijn verraad. Hij verwierf weer enig krediet door zijn deelname aan de Tiendaagse Veldtocht tegen de Belgen in 1831.
In de jaren daarna toen Nederland een groot leger in het zuiden paraat hield, verbleef hij veelvuldig en graag in Tilburg. In 1840 zou hij na de dood van zijn vader de troon bestijgen en regeren zoals hij was: wispelturig en autoritair. In het Europese revolutiejaar 1848 zag hij geen andere mogelijkheid dan in te stemmen met een nieuwe grondwet die zijn macht verregaand beperkte en de democratie invoerde in Nederland. Op 17 maart 1849 overleed hij plotseling aan een hartsstilstand tijdens een bezoek aan Tilburg.

Overig

De kazerne is gemaakt naar een standaardontwerp van kapitein A.G. Boost en was bedoeld om één bataljon infanterie te huisvesten.

Bekijk de kazerne van boven via: plattegrond