P.L. Bergansiuskazerne, Nieuwe Kazernelaan, Ede


Huidige toestand

De P.L. Bergansiuskazerne was onderdeel van het Kazernecomplex Ede West dat sinds 1994 onder de naam Prins Mauritskazerne door het leven ging. De kazerne is samen met zes andere kazernes in Ede op 1 januari 2011 overgaan in handen van de gemeente Ede.
De zeven kazernes zijn voor herbestemming ingedeeld in vier deelgebieden, in de plannen enclaves genoemd. Samen met de dichtbij gelegen A. Kool- en van Essenkazerne vormt de Bergansiuskazerne de ruggegraat van de enclave Maurits-noord. Aan deze enclave is het thema Cultuur en kunst gekoppeld. De resterende kazernegebouwen zullen meer dan in de andere enclaves een andere bestemming kunnen krijgen dan wonen.

Van de drie genoemde kazernes in de enclave worden in totaal acht gebouwen gespaard, deze hebben monumentstatus. Links naast het U-vormige hoofdgebouw van de Bergansiuskazerne ligt een kantinegebouw in jaren ’50 stijl en verder naar links tegen de terreingrens aan een ander gebouw dat men ook wil inpassen in de plannen voor herbestemming.

In de enclave Maurits-noord wil men ongeveer 285 woningen bouwen, zowel eengezinswoningen als appartementen. In de monumenten kunnen ongeveer 20 woningen gerealiseerd worden. De enclave krijgt een stedelijk karakter met een autoluwe kern.

Indien u rechtstreeks op deze pagina kwam, lees nu eerst de inleiding: de kazernes van Ede

Geschiedenis

Ten bate van de School Reserve Officieren Bereden Artillerie (SROBA) die op de naastgelegen artilleriekazernes gevestigd was maar daar erg krap gehuisvest, werd de P.L. Bergansiuskazerne gebouwd en op 28 september 1936 officieel in gebruik genomen. Er konden 120 leerlingen die voorheen ook in pension in Ede een onderkomen hadden gehuisvest worden. Tijdens de mobilisatie van 1939 vertrok de SROBA naar Haarlem.

Gedurende de bezettingsjaren werd aanvankelijk de Duitse Ortskommandatur op de kazerne gevestigd. Ede was vanwege de zeven kazernes en oefenterreinen aantrekkelijk voor de bezetter. De Bergansiuskazerne werd samen met de twee artilleriekazernes door de Duitsers Bismarck-Kaserne genoemd. Hier werden, evenals op de naastgelegen Elias Beeckmankazerne, troepen voor de SS opgeleid.

Na de bevrijding van Ede waren er Canadezen gelegerd tot hun terugkeer naar huis in november 1945. Hierna werd het depot van de 1e Divisie op de kazerne ondergebracht, het depot hield zich bezig met de uitzending van militairen naar Nederlands-Indië. In Engeland opgeleide Nederlandse militairen die terug kwamen moesten zich registreren via het depot, soms wel met 700 man tegelijk. De kazerne was bij ingebruikname door de Landmacht compleet leeg, alle inventaris was verdwenen in het laatste oorlogsjaar.

In 1946 werd er tijdelijk de Kaderschool Geneeskundige Troepen ondergebracht, deze moest weg uit Utrecht wegens ruimtegebrek. Begin jaren ’50 volgden de opleidingen voor de veldartillerie. Deze werden verzorgd door het tevens op de van Essen- en Koolkazerne gelegen Regiment Veldartillerie van Essen, dat opleidingen voor alle typen geschut verzorgde. Het RVA van Essen ging midden 1953 naar Breda.
Sinds 1950 was in Ede de Bewakingscompagnie Ede in garnizoen dat in 1955 bij het Regiment van Heutsz werd ingedeeld en gelegerd was op de Bergansiuskazerne.
Vanaf oktober 1983 vormde de Bergansiuskazerne samen met de van Essen-, Kool-, JWF- en Mauritskazerne het Kazernecomplex Ede-West, dat in oktober 1994 omgedoopt werd in Prins Mauritskazerne.

De naamgever

 

Petrus Leonardus Bergansius werd op 3 augustus 1860 in Delft geboren en werd op 17-jarige leeftijd toegelaten als cadet op de KMA voor het wapen der artillerie. In 1881 werd hij tot 2e luitenant gepromoveerd, geplaatst bij het 1e Regiment Vesting Artillerie maar gedetacheerd op de Krijgsschool.
Hierna volgden diverse plaatsingen bij de veldartillerie en promoties. Het duurde echter twaalf jaar voor Bergansius de kapiteinsrang kreeg (1896), maar dat was normaal in het toenmalige leger. In de rang van majoor (promotie in 1910) zou Bergansius initiatiefnemer zijn tot het stichten van de Cursus voor Reserve Officieren der Bereden Artillerie. In 1915 volgde promotie tot kolonel en Bergansius diende bij het 1e Regiment Veldartillerie. Op 1 maart 1918 volgde bij zijn eervol ontslag promotie tot generaal-majoor.
In 1936 werd Bergansius voor zijn inspanningen voor de School Reserve Officieren geëerd door de vernoeming van de kazerne naar hem. Maar hij was, dan 76 jaar oud, blijkbaar niet in staat de officiële ingebruikname bij te wonen. Hij overleed vier jaar later op 7 oktober 1940.

Overig

De kazerne is waarschijnlijk ontworpen door majoor eerstaanwezend ingenieur E. van der Staay.  De in een U-vorm gebouwde kazerne is gebouwd in een zakelijk-expressionistische stijl.