Arthur Koolkazerne, Nieuwe Kazernelaan, Ede


Huidige toestand

Per 1 januari 2011 is de Arthur Koolkazerne, samen met de zes andere aan de Nieuwe Kazernelaan gelegen kazernes, overgegaan in de handen van de gemeente Ede. Het gebied van kazernes is voor herontwikkeling ingedeeld in vier deelplannen, enclaves genoemd. De A. Koolkazerne vormt samen met de identieke, naastgelegen van Essenkazerne en de P.L. Bergansiuskazerne de ruggegraat van de enclave Maurits-noord. Aan deze enclave is het thema Cultuur en kunst gekoppeld. De kazernegebouwen die niet voor sloop bestemd zijn, zullen meer dan in de andere enclaves een andere bestemming dan wonen kunnen krijgen.
In Maurits-noord wil men ongeveer 285 woningen bouwen, zowel eengezinswoningen als appartementen. De enclave krijgt een stedelijk karakter met een autoluwe kern. In 2014 is men direct achter de stallen en de oude manége begonnen met terreinwerkzaamheden. Sindsdien is de ruimte tussen de stallen van de kazerne en de Nieuwe Kazernelaan volgebouwd met blokken eengezinswoningen en is het kazerneterrein ook van die zijde bereikbaar.

Anno 2018 is er een grote hoeveelheid bouwactiviteiten. Momenteel wordt het hoofdgebouw van de kazerne verbouwd tot appartementen en wordt de ruimte tussen dit gebouw en de Van Essenkazerne volgebouwd met massief aandoende drielaagswoonblokken met platte daken in grijze steen. De stallen van de kazerne en de cavalerierijloods waren lange tijd kandidaat voor sloop, maar er bleek genoeg animo voor herbestemming. Bij bezichtiging in april 2018 waren er volop bouwactiviteiten in de stallen. De naastgelegen smidse wordt verbouwd om de Stichting Militaire Historie Ede van huisvesting te kunnen voorzien.

Indien u rechtstreeks op deze pagina kwam, lees nu eerst de inleiding: de kazernes van Ede

Geschiedenis

De kazerne werd oorspronkelijk gebouwd voor de cavalerie en is bouwtechnisch gelijk aan de direct er naast gelegen van Essenkazerne. In 1909 betrok het 1e Regiment Huzaren de kazerne om deze te gebruiken tot aan de mobilisatie van 1914. De huzaren vertrokken naar hun oorlogslocatie en keerden na het einde van de Eerste Wereldoorlog in 1918 niet meer terug.
In 1922 werd er evenals op de van Esssenkazerne de 2e Artillerie Brigade gelegerd. De kazerne ging officieel naamloos door het leven en zou pas in september 1934, samen met de andere drie kazernes in Ede, zijn naam krijgen.

Tijdens de bezettingsjaren werd de Koolkazerne gebruikt voor legering en opleiding van de Waffen SS. Samen met de van Essen- en de Bergansiuskazerne werd de kazerne door de Duitsers Bismarck- Kaserne genoemd.

In de jaren direct na de oorlog werden er ten bate van uitzending naar Nederlands-Indië, militairen opgeleid voor het 2e Regiment Veldartillerie. Op 1 januari 1948 volgde de oprichting van het Depot Veldartillerie. Begin jaren ‘50 volgde de oprichting van het Regiment Veld Artillerie van Essen in Ede. Evenals op de naastgelegen van Essen- en Bergansiuskazerne werden er opleidingen voor alle typen geschut gegeven. Het RVA van Essen verhuisde midden 1953 naar de Chassékazerne in Breda. Vanaf toen was de hoofdgebruiker het parate 44e, later omgenummerd naar 14e Afdeling Veldartillerie. Met de overplaatsing in 1968 van de 14e Afdeling Veldartillerie, die ook op de van Essenkazerne gelegerd was, verdween de laatste veldartillerie-eenheid uit Ede.
De verbindingsdienst zou in de jaren ‘60 de kazerne gebruiken voor het 106e Verbindingsrasterbataljon.

Vanaf oktober 1983 vormde de kazerne samen met de twee andere artilleriekazernes en de Maurits- en JWF-kazerne het Kazernecomplex Ede-West, dat in 1994 weer omgedoopt werd in Prins Mauritskazerne.

De naamgever

 

Arthur Kool werd in 1841 in Maastricht geboren en ving zijn militaire carrière aan op veertienjarige leeftijd als cadet der artillerie aan de KMA. Na dienstperiodes bij de vestingartillerie en de rijdende artillerie kwam hij in de rang van 1e luitenant te werken op het bureau militaire verkenningen van de Generale Staf. Verdere promoties volgden, plaatsing bij de rijdende artillerie als kapitein, een leraarschap aan de stafschool.
Zijn carrièrre nam een andere wending toen hij van 1879 tot 1883 lid van de Tweede Kamer werd. Daarna volgde terugkeer in actieve dienst, promoties tot luitenant-generaal in 1897 en de positie gedurende dertien jaar als chef Generale Staf tot 1907. Dit werd onderbroken door het vervullen van de positie van minister van Oorlog in 1901. Gedurende tientallen jaren was dit één van de minst gewilde ministersposten in die tijd. Dat Kool er maar één jaar zat, net zoals velen voor hem, is veelzeggend. Van 1907 tot 1909 diende hij als commandant van het veldleger. Hij overleed in 1914 in Den Haag.

Overig

De kazerne is samen met de van Essenkazerne gebouwd in chaletstijl, waarschijnlijk naar een ontwerp van kapitein eerstaanwezend-ingenieur van Stolk. De twee kazernes met hun hoofdgebouwen met H-vormige plattegrond vormen vrijwel elkaars spiegelbeeld. De nog bestaande noord-zuidweg dient als symmetrie-as. Een fotoalbum uit 1909 dat de bouw van de twee kazernes laat zien, vertoont tevens veel kleinere gebouwen in chaletstijl die in de loop der jaren verdwenen zijn. Het ijzeren hek dat de toegang tot de kazernes markeerde is eveneens verdwenen.
De kazerne geniet samen met de identieke van Essenkazerne bescherming als rijksmonument.

Voor foto's uit het verleden, kijk in: archief