Koning Willem I kazerne, Vlijmenseweg, 's Hertogenbosch


Huidige toestand

De voormalige kazerne huisvest tegenwoordig een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) dat toepasselijk Koning Willem I College heet. Dit ROC is een bundeling van alle MBO-opleidingen en volwasseneducaties die voorheen over 26 locaties in Den Bosch verspreid waren. Samen met enkele andere locaties wordt er aan totaal 13.000 leerlingen les gegeven.

Het kazerneterrein werd na de afstoting opgesplitst in twee delen. Het oostelijk deel met de gebouwen werd een tijdlang gebruikt als asielzoekerscentrum, maar daarna definitief herbestemd voor huisvesting van het ROC. Het westelijk deel waar de sportvelden lagen en het parkeerterrein voor burgervoertuigen werd een tijdlang gebruikt als transferium. Aan deze situatie kwam een eind toen de Randweg die deels over het vroegere kazerneterrein loopt in maart 2011 werd opengesteld. Deze weg splitst het westelijk terreindeel in tweeën. Beide delen zijn Willemspoort genoemd. Willemspoort-Noord langs de Vlijmense weg is bebouwd met hoge appartementengebouwen. In Willemspoort-Zuid moeten 490 woningen komen in dicht op elkaar staande gebouwen, zes tot acht bouwlagen hoog en een gebouw van twintig lagen.

Met de aanleg van de Henri Dunantstraat die ongelijkvloers kruist met de Randweg en tussen het ROC en de beide Willemspoorten loopt, werd het terrein van het ROC verder ingekrompen. De twee lange loodsen (gebouwnummers K en M) werden afgebroken om de aanleg van de Henri Dunantstraat mogelijk te maken. Een groot deel van de kazernegebouwen uit 1939-1940 bleef intact, wel zijn er om de opleidingen te huisvesten aanpassingen gedaan en omvangrijke nieuwbouw opgetrokken.

 
Voor een grotere plattegrond met gebouwnummering, klik hier.


Het zicht op de vroegere legeringsgebouwen vanaf de Vlijmenseweg is deels verdwenen door het gebouw van de onder het KWI-college vallende School voor de Toekomst. Het middelste legeringsgebouw (B) werd via tussengebouwen verbonden met de twee (legerings-)gebouwen (A en B1) die het vroegere exercitieplein flankeren. Deze gebouwen zijn nu in gebruik als lesgebouwen. Achter deze gebouwen (zuid en oostzijde) zijn diverse nieuwe verrezen. De genoemde nieuwbouw is weinig opmerkelijk en contrasteert met zijn moderne vormgeving met de traditionele stijl van de kazernegebouwen. Opvallender is het dwars op de as van de kazerne verrezen, in veelkleurige bakstenen uitgevoerde, doosvormige lesgebouw. Dit gebouw vormt sinds de aanleg van de Henri Dunantstraat de meest westelijke bebouwing van het ROC.
Diverse kazernegebouwen hebben nieuwe functies gekregen die aansluiten bij het vroegere gebruik. De keuken wordt gebruikt door de Horecaschool en de manschappeneetzaal werd een restaurant. De manschappenkantine die vanaf de bouw in 1939 een podium bezat, is een theaterzaal geworden.

Geschiedenis

Op 28 november 1938 ging de Bossche gemeenteraad akkoord met het ter beschikking stellen van een drietal terreinen, samen 11 hectare groot ten bate van de kazernebouw. Deze terreinen gelegen langs de Vlijmense weg, waarvan de economische waarde werd geschat op f 400.000,-, werden aan het Rijk voor onbepaalde tijd verpacht tegen een jaarlijkse canon van f 1,-. Financieel betekende dit een flink offer voor Den Bosch dat een groot tekort op de begroting had en feitelijk noodlijdend was. De redenen voor de gemeente om het Rijk zover tegemoet te komen waren deels vanwege de economische effecten van een nieuwe kazerne, maar lijken vooral van prestigieuze aard. Opgemerkt werd dat: “met de stichting van dit belangrijk kazernement tot gevolg zal hebben, dat 's-Hertogenbosch in de toekomst onder de garnizoenssteden een zeer belangrijke plaats zal gaan innemen.” Daartoe werd zelfs de bestemming gewijzigd van het grondstuk, dat eerder was toegewezen voor stadsuitbreiding waarvoor door architectenbureau Grandpré Moliere, Verhagen en Kok het uitbreidingsplan Deuteren was opgesteld.

De aanbesteding voor de bouw van het eerste deel van de kazerne werd op 8 januari 1939 gegund aan het aannemersbedrijf Gebroeders Struyken uit Tilburg, die als laagste hadden ingeschreven met een som van f 632.780,-. Aan de kazerne was samen met 23 andere nieuwbouwkazernes de week ervoor een naam verleend. Den Bosch zou verrijkt worden met de Koning Willem I kazerne (KWI-kazerne). De kazerne was bestemd voor het nog in 1939 op te richten 11 Regiment Motorartillerie (11 RMA) dat drie vuurmondbatterijen batterijen zou tellen. Dit regiment zou voor aanvoer van munitie worden aangevuld met de 4e compagnie van het IIIe Auto Bataljon (Motordienst) die ook op de kazerne gelegerd zou worden in gebouw B. Volgens een krantenbericht uit 1940 zou de vredessterkte van deze troepen 650 man bedragen. Vanwege de organisatie en het voor die tijd grote aantal voertuigen kon niet worden volstaan met een kazerne naar een standaardontwerp zoals voor de infanterie, maar werd een apart ontwerp gemaakt.

 


De vroegere hoofdingang.

Terwijl de aannemer nog bezig was met de afwerking van het eerste kazernedeel, werd eind 1939 ook het tweede deel aanbesteed. Wederom waren de Gebroeders Struyken de laagste inschrijvers met een som van f 463.000,-. De verwarmingsinstallaties werden apart aanbesteed voor f 200.000,- terwijl de elektriciteitsvoorziening werd uitgevoerd voor f 42.000,-. Dit waren voor die tijd uitzonderlijk hoge bedragen, zeker in vergelijk met de andere nieuwbouwkazernes uit deze periode. De totale bouwsom zou op f 1.3337.780,- uitkomen. Het wrange is dat de kazerne nooit gebruikt zou worden door 11 RMA. Deze eenheid werd wel opgericht maar groeide nooit uit tot regimentsgrootte omdat het in Duitsland bestelde geschut met toebehoren nooit werd geleverd. Het waren uitgerekend de Duitsers die de nieuwe kazerne in 1940 in gebruik zouden nemen. Het tweede deel van de kazerne werd niet voltooid. Wel gebouwd werden de loodsen K en M op het westelijk terreindeel en de ingang voor voertuigen. Het deel aan de overkant van de Vlijmense weg zou nimmer worden aangelegd.Voor een impressie hoe de kazerne eruit had gezien als hij was voltooid volgens plan, klik hier.

Tijdens de bezettingsjaren werd de KWI-kazerne, samen met de dichtbijgelegen Isabellakazerne, gebruikt voor de legering van diverse SS eenheden. Tevens werd er de opleiding voor de Nederlandse Weerafdeling (WA) gegeven en vanaf 1943 de opleiding voor de Landwacht, een NSB-organisatie. Op 27 oktober 1944 werd de kazerne bestookt door de Engelsen bij de bevrijding van Den Bosch, hierbij gingen enkele barakken in vlammen op.

In de eerste naoorlogse jaren tot in 1948 werd de kazerne gebruikt door de 2e Compagnie Gezagstroepen en het 3e Bataljon Territoriale Troepen. In 1949 werden deze onder de infanterie vallende troepen opgevolgd door het 1e Regiment Genietroepen dat uit Utrecht kwam. Dit werd in 1953 vervangen door het Depot Genie dat er tot 1965 zou blijven. In de jaren 1966-1967 was er, naast de opleiding voor de Van Heutsz beveiligingscompagnieën, de Suriname Compagnie gevestigd. In deze schoolcompagnie werden soldaten voorbereid op uitzending naar Suriname. Het kazerneterrein was ondertussen aanzienlijk uitgebreid. De pachtovereenkomst was in 1949 herzien en het aan de noordzijde van de Vlijmense weg gelegen grondstuk geruild tegen een kavel aan de westzijde van de kazerne. Op dit terrein lagen onder meer de sportvelden en sporthal, de stormbanen de parkeerplaatsen voor pantser- en burgervoertuigen. Op dit terrein verrees een onderhoudsloods toen de YP408 werd vervangen door de YPR765 (1987-1988), en een schietbaantje voor schieten met het 25 mm boordkanon met insteekloop.

Vanaf januari 1968 was 48 Pantserinfanteriebataljon (van Heutsz) de hoofdbewoner tot de afstoting van de kazerne in 1992. Deze eenheid was de traditiedrager van het Regiment Van Heutsz en tevens van de tradities van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) en het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN). Dit laatste vocht in de Koreaanse oorlog (1951-1954). Om inhoud te geven aan die tradities werd onder meer het hoofdgebouw Benteng (Maleis voor vesting) genoemd en het exercitieterrein Koningsplein, het belangrijkste plein in Batavia. De korpsverzameling van het KNIL vond een plek op zolder van het hoofdgebouw. In 1977 werd 48 Painfbat ingezet om het gebied af te grendelen rond de trein in De Punt, die daar door Zuid-Molukkers tot stilstand was gebracht en de inzittenden ervan gegijzeld.

In de loop van 1990 kwam de kazerne op de lijst van af te stoten kazernes te staan. Dat wekte verwondering omdat de kazerne recentelijk ingrijpend was gerenoveerd. 48 Painfbat werd mobilisabel gesteld en in 1991 en 1992 liepen het bataljon en de kazerne leeg. De tradities van Van Heutsz, samen met de korpsverzameling en enkele monumenten, werden overgedragen aan 45 Painfbat in Steenwijk. Heden ten dage zijn ze ondergebracht bij 12 Infanteriebataljon Luchtmobiel in Schaarsbergen. Al voor de sleutel van de leeggekomen kazerne door de laatste commandant overhandigd kon worden aan de Regionaal Militair Commandant, waren er asielzoekers op het kazerneterrein gehuisvest. Dit betekende uitstel van de plannen om er het MBO-college te huisvesten. De kazerne zou tot 1996 als asielzoekerscentrum dienen, waarna hij een alsnog een meer permanente bestemming kreeg en werd verbouwd om het Koning Willem I College te kunnen huisvesten.

De naamgever

 

Willem Frederik prins van Oranje-Nassau werd in 1772 in Den Haag geboren en was zoon van stadhouder Willem V. Als 23-jarige aanvoerder van het Staatse leger moest hij in 1795 een Franse invasie van de Nederlanden verhinderen. Toen dit mislukte vluchtte hij naar Engeland. In 1803 kreeg hij echter van Napoleon als compensatie voor het verlies van de Nederlanden een bescheiden vorstendom in Duitsland. Dit verloor hij weer ten gevolge van samenzwering en hij moest tenslotte zonder veel verdere illusies terug naar Engeland.
Toen het tijdperk Napoleon afliep in 1813 en Nederland grotendeels was bevrijd, kwam onverwacht de kans zich in Nederland als vorst te vestigen. Willem Fredrik zou als koning Willem I de troon bestijgen en zich als een autoritair leider ontpoppen. Op aandrang van de grote machten in Europa werden de Nederlanden herenigd met het huidige België en Luxemburg, zeer tot tevredenheid van Willem. Hij zou handel, industrie en de aanleg van nieuwe wegen en kanalen bevorderen. Bij al deze activiteiten zorgde hij goed voor zichzelf. Zijn geschatte vermogen groeide in 25 jaar tot 200 miljoen gulden.
In het latere België brak in 1830 een opstand uit en Willem I stuurde het leger. Interventie van Frankrijk noopte tot een wapenstilstand. Willem I zou zich lang verzetten tegen de afscheiding van de Belgen. Toen dit laatste definitief werd in 1839, werd een grondwetswijziging noodzakelijk. Deze hield een inperking in van de macht van de dan behoorlijk impopulaire koning die dit moeilijk kon verkroppen. De uiteindelijke reden voor zijn aftreden in 1840 was zijn huwelijk met een katholieke Belgische gravin dat tot veel publieke verontwaardiging leidde. Hij overleed in 1843 in Berlijn.

Overig

Door sommigen wordt de KWI-kazerne beschouwd als de mooiste kazerne van Nederland, die zelfs een miniatuuruitvoering kent in Madurodam. Deze opvatting is louter een esthetisch (en persoonlijk) oordeel. Rationeel gezien zijn de plattegrond en uitvoering van de gebouwen een stap terug ten opzichte van andere kazernes uit die tijd. Verantwoordelijk voor het ontwerp was niet de Rijksbouwmeester, zoals in andere publicaties beweerd wordt en ook eerder op deze site, maar de burgerarchitect P. van Vught. Van zijn hand was eveneens de weinig rationeel vormgegeven Fredrik Hendrikkazerne in Vught. Van Vugt werkte voor het 1e Geniecommandement in Breda onder leiding van eerstaanwezend ingenieur majoor J. Zwart. Ondersteuning (vermoedelijk bij de vormgeving van de KWI-kazerne) kreeg Van Vugt van de bouwkundige en architect professor N. Lansdorp.
Majoor Zwart die als verantwoordelijk genist had kunnen ingrijpen in plattegrond en kostenontwikkeling, liet dit na. Dure en weinig rationele oplossingen waren het gevolg. Allereerst de twee hoofdpoorten in het zuidelijk deel die hier een dubbele wacht noodzakelijk maakten. Als het noordelijk deel van de kazerne aan de overkant van de Vlijmense weg volgens plan was uitgevoerd zou een derde wacht, die ook 's nachts zou moeten waken, het gevolg zijn geweest.
De kazerne was afgestemd en 'op maat gesneden' voor de motorartillerie en de bijhorende transportcompagnie. Dat leidde tot drie legeringsgebouwen van ongelijke grootte, geheel afwijkend van de praktijk elders. Eveneens afwijkend waren twee van deze gebouwen drie bouwlagen hoog, gerekend zonder zolderverdiepingen. Legeringsgebouwen elders waren twee bouwlagen hoog, met uitzondering van twee stuks op de Fredrik Hendrikkazerne in Vught die ook drielaags waren. De afstemming op de motorartillerie maakte de kazerne minder bruikbaar voor eventuele andere eenheden en zou, als de motorartillerie qua organisatie wijzigde, ook voor haar minder rationeel geweest zijn. Kazerneontwerpen dienen flexibiliteit in zich te hebben, en dat ontbrak hier deels. De geknikte schilddaken en steile dakhellingen waren behalve afwijkend ook duurder.
Met dit type daken en de kruiskozijnen wordt de kazerne als bouwstijl soms getypeerd als Delftse School, een variant van het traditionalisme. Mogelijk verwijzen de bouwstijl en detailleringen naar oudere gebouwen in Den Bosch die de architect als inspiratiebron gediend kunnen hebben. Ook is er een gelijkenis met de in deze periode in Duitsland populaire Heimatstil, die ook werd toegepast voor de kazernes die in opdracht van de bezetter in Nederland werden gebouwd.
Ten slotte de bouwsom. Voor het eerste en tweede gedeelte opgeteld is die zonder technische installaties f 1.095.790,-. Voor de standaard regimentskazerne die in dezelfde periode voor de infanterie in Weert werd gebouwd, en eveneens in twee delen werd aanbesteed, bedroeg die f 818.900,-. Er moet echter rekening gehouden worden met het feit dat de artillerie werkplaatsen, voertuig- en geschutsloodsen nodig had en de infanterie niet. Met dit in het achterhoofd komen de bouwkosten (zonder technische installaties en kosten grond) voor de voorziene bezetting van 650 man neer op (afgerond) f 1.686,- (1.095.780/650) per man, voor Weert op f 1024,- (818.900/800). Een aanzienlijk verschil dat niet verklaard kan worden uit loodsen en werkplaatsen, maar wel uit dure detailleringen en gebrek aan standaardisatie van gebouwen.

Al met al was de KWI-kazerne een vreemde eend in de bijt en is dat ook gebleven. De kazerne was maar beperkt rationeel en simpelweg te duur. Monumentstatus heeft de voormalige kazerne nooit gekregen.